Veilig thuis?! Geweld achter de voordeur (1)
Uit onderzoek blijkt dat mensen eerder de kans lopen door familieleden in eigen huis geslagen, geschopt, verkracht of mishandeld te worden dan waar dan ook. De plek die veilig zou moeten zijn, blijkt dat vaak niet te zijn. We hebben hier te maken met een ernstig, veel voorkomend probleem.
Annemarie is 32 jaar. Ze is 6 jaar getrouwd met Kees. Het echtpaar heeft twee kinderen. Annemarie heeft te maken met geweld in haar relatie. Kees slaat haar, vaak nadat hij denkt dat zij kritiek op hem heeft en ze daarover ruzie krijgen. Soms komt het slaan voor haar totaal onverwachts. Dat is zo anders dan Annemarie ooit van Kees verwachtte. Ze trekt zich in zichzelf terug, houdt afstand en is naast haar verdriet ook boos. Na zo’n uitbarsting is Kees altijd erg berouwvol en zorgzaam voor Annemarie en de kinderen. Hij lijkt het weer ‘goed’ te willen maken. Dat verwart Annemarie erg. In de loop van de jaren is het slaan heviger geworden, vooral na de geboorte van hun jongste kind. Annemarie is steeds meer op haar hoede. Ze is bang dat Kees zich ook aan de kinderen zal vergrijpen. Over haar deze gevoelens en gedachten praat Annemarie niet met Kees uit vrees voor zijn reactie. Ze hoopt zo dat Kees, die een moeilijke jeugd kende, zal veranderen mede door haar aandacht en liefde.
Een groot probleem?! Heeft u wel eens het aantal berichten over geweld in de krant geteld? En het aantal berichten wat daarvan over huiselijk geweld gingen? In 2005 zijn 57.000 aangiftes van huiselijk geweld bij de politie gedaan. Dat is 40 procent van de gemelde incidenten! De daders van huiselijk geweld zijn in 98 procent van de gevallen man, vooral in de leeftijd van 25 tot 55 jaar en 75 procent van deze mannen is geboren in Nederland. Twee derde van hen valt in herhaling. Ruim 2500 kinderen onder de 18 jaar zijn slachtoffer van huiselijk geweld en ongeveer eenzelfde aantal is getuige van dit geweld. Deze indrukwekkende cijfers zijn waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg. Uit het onderzoek blijkt ook dat huiselijk geweld in driekwart van de gevallen lichamelijk geweld en psychisch geweld betreft. De derde categorie van omvang is bedreiging. Stalking en seksueel geweld komen het minste voor. Van de ruim 13.000 geregistreerde slachtoffers is 76 procent vrouw, waarvan ruim de helft van de slachtoffers in de leeftijd tussen de 25 en 45 jaar is. Bij seksueel geweld ligt de leeftijd heel anders: 43 procent van deze slachtoffers is jonger dan 18 jaar. Per jaar worden in Nederland naar schatting 80.000 vrouwen slachtoffer van ernstig huiselijk geweld en 100.000 kinderen zijn jaarlijks getuige van geweld.
Dichterbij dan je denkt… Net als bij andere problemen zoals incest, fraude en echtscheiding, denken we vaak dat huiselijk geweld niet in onze eigen omgeving voorkomt. We verwachten dat het vooral voorkomt in de achterstandswijken of bij allochtonen. Dit is echter een mythe. Huiselijk geweld blijkt overal voor te komen en vaker dan we denken. Anders verwoord: geweld zit in ons. Wie heeft als ouder niet de ervaring dat je kind het bloed onder je nagels vandaan haalt, dat je haar wel achter het behang wilt plakken. Wie heeft nooit een klap verkocht of harder geschreeuwd dan hij/zij eigenlijk achteraf gewild had? Of een vernederende opmerking gemaakt? Kortom, huiselijk geweld is heel dichtbij. Het is ook complex, er zijn vaak meerdere partijen, het roept tegenstrijdige gevoelens op en het heeft grote consequenties.
Wat is huiselijk geweld? De gangbare definitie van huiselijk geweld is gemakkelijk: alle geweld dat in huiselijke kring plaatsvindt is huiselijk geweld. Het gaat dan om twee dingen: de huiselijke kring en het geweld. Er zijn drie vormen van geweld: verbaal, lichamelijk (fysiek) en seksueel geweld. Bij verbaal geweld probeert de dader door woorden zijn macht te misbruiken om zijn eigen wil op te leggen aan de ander. Dit gebeurt tegen de wil van de ander. Het kan ook dat de dader zijn verbale overmacht gebruikt om de ander te bedreigen en te beschadigen. Fysiek geweld lijkt op verbaal geweld. Met dit verschil dat de dader hierbij fysiek macht uitoefent.
Wie zijn er betrokken bij huiselijk geweld? Traditioneel wordt bij huiselijk geweld vooral gedacht aan volwassen mannen en vrouwen. De man is veelal de dader en de vrouw het slachtoffer. Dit is ook vaak het geval. Aan de andere kant moeten we niet onderschatten hoeveel ouders geconfronteerd worden met het geweld dat hun kinderen op hen uitoefenen. Geweld is ook zo gewoon geworden, op t.v. of in allerlei wrede, soms mensonterende computerspelletjes. Vaak vinden jongeren hierin voorbeelden in de wijze waarop geweld kan worden vormgegeven. Een veelvoorkomende vorm is geweld van ouders naar kinderen. Bijvoorbeeld fysiek geweld, het slaan van kinderen, maar ook het meer subtiele geweld van een oude moeder die haar kinderen moreel aan zich probeert te binden, daarbij appellerend op schuldgevoelens, mogelijk ondersteund met geboden uit de Bijbel. Geweld komt vaak heel zwaar en massief over. Het kan echter heel subtiel tot uiting komen in maatschappelijke verbanden zoals in het gezin en kerk. Zoals de man die het ‘recht op het lichaam van zijn vrouw’ opeist. Mannen uiten hun agressie in hun seksuele wensen. ‘Men mag het lichaam niet elkaar onthouden’. Zo wordt ook met een beroep op de Bijbel door een mishandelende ouder zwijgen opgelegd aan het kind. In feite is ook dat een vorm van geweld op basis van grote morele druk. Dit kan aanleiding geven tot woede, depressiviteit en opnieuw geweld. Vaak zien we dan ook dat daders slachtoffer waren.
Hoe ontstaat huiselijk geweld… R. Wideman en B. Wileman beschrijven een ‘cirkel van geweld’. Deze cirkel laat zien hoe huiselijk geweld ontstaat. Bij elke vorm van huiselijk geweld zijn er bepaalde gebeurtenissen, ‘stappen’, die zich steeds herhalen. We zullen de stappen nader toelichten. U kunt deze stappen ook terugvinden in de situatieschets.
Een ‘cirkel van geweld’
- Spanningsopbouw - onenigheid zonder oplossing
- Snel opgefokt - Controle, angst, onderwerping, aanstekelijke woede
- Explosie - zelfgenoegzame woede
- Wroeging - rechtvaardiging, bagatelliseren, schuld
- Terugtrekken door het slachtoffer
- Terugverdienen - beloften, hulpeloosheid en dreigen
- Wittebroodstijd - wederzijdse afhankelijkheid
- Spanningsopbouw enzovoorts
Het begint met spanning die er in een relatie is (1). Vaak gaat het om teleurstelling. Omdat het allemaal in het huwelijk toch anders loopt dan men graag had gezien. Dit geldt zowel voor de man als de vrouw. Aan verwachtingen en wensen die men, wel of niet terecht, heeft wordt niet voldaan. Hierbij kan je denken aan verwachtingen en wensen ten aanzien van de rolverdeling of verschillen in de beleving van seksualiteit. De echtgenoten merken dat er verschillen zijn en ervaren barsten in hun ideaalbeeld. Als echtgenoten hierover niet met elkaar in gesprek gaan, maar zich terugtrekken of boos reageren, levert dit spanning op in de relatie. Er ontstaat onenigheid (2) en ze hebben de mogelijkheid niet om de onenigheid op een goede manier op te lossen. Door de kritiek die men voelt ten aanzien van elkaar neemt de spanning toe. Deze spanning kan leiden tot verbaal of fysiek geweld (3). De ervaring leert dat als er eenmaal sprake is van geweld in de relatie de drempel om opnieuw tot geweld te komen lager wordt. Men raakt er als het ware aan gewend. Partners die zelf al snel ontvlambaar zijn komen uiteraard eerder tot geweld. Dit komt vaak omdat de dader zelf slachtoffer is geweest, maar ook omdat de dader vindt dat de ander zich moet onderwerpen. De dader wil de controle houden over de ander en/of de situatie.
Vervolgens is er sprake van wroeging (4). Er worden allerlei spijtbetuigingen gedaan, soms met beloftes dat het nooit meer zal gebeuren, dat het echt een unieke situatie was en dat het eigenlijk allemaal wel meeviel. Misschien komt er een attentie aan te pas om het slachtoffer weer over de streep te trekken. Beloften, goedmakers en goedpraters. Het geweld wordt ermee overdekt door het tegendeel. Het slachtoffer moet wel denken (5): zo’n vervelend mens is het nu ook weer niet, kijk eens hoe hij/zij zich voor me uitslooft. Misschien heb ik het toch allemaal wat overdreven. Was ik nu maar niet naar mijn ouders of predikant gegaan. Ik ga me er haast schuldig van voelen! De dader doet zijn best en bagatelliseert (6). De realiteit wordt vaak ‘geweld’ aan gedaan. Het slachtoffer dat zich aanvankelijk terugtrok wordt gewonnen door de dader. Ook soms met dreigen!
Na deze fase zien we vaak een fase van wederzijdse afhankelijkheid (7). Een soort wittebroodsweken waarbij alles weer koek en ei is. Het paar kan niet zonder elkaar, praat niet over wat er gebeurde dan in termen van toeval, het kon blijkbaar even niet anders. Totdat er weer een barst ontstaat in het ideaal, in de opgebouwde fantasie. Dan begint de cirkel weer van voren af aan te draaien. En laten we niet denken dat het om uitzonderlijke situaties gaat! De cijfers spreken andere taal.
Veilig thuis?! Geweld achter de voordeur (2)
Het stoppen van huiselijk geweld is mogelijk. Uit ervaring blijkt dat met een aantal hulpverleningsgesprekken, als de dader daar ook achter staat, dit resultaat behaald kan worden. In dit artikel willen we het belang van hulpverlening beschrijven. In het eerste artikel beschreven we de vormen en het ontstaan van huiselijk geweld.
Karel is 14 jaar als u hem voor het eerst op catechese ontmoet. Karel ziet er mager en moe uit. Hij heeft doffe, verdrietige ogen. Als u hem na het catechese uur eens aanspreekt, zegt Karel dat hij snel naar huis moet om vakken te vullen. U houdt aan en komt te weten dat Karel thuis hard moet werken. ’s Ochtends voordat hij naar school gaat moet Karel vakken vullen in de supermarkt van zijn ouders en ’s avonds is dat opnieuw het geval. Karel vertelt dat het in de supermarktwereld de laatste tijd niet zo makkelijk gaat. Er is grote concurrentie. Vader en moeder werken ook hard, voor ontspanning is geen tijd. Gehoorzaamheid is voor Karel vanzelfsprekend. Toch wringt het bij hem. Maar als hij protesteert dreigt vader met het inhouden van zijn zakgeld van 15 euro per week. U merkt dat op Karel grote druk wordt gelegd. Met een jeugdweekend kan hij niet mee, omdat hij ook op zaterdag in de winkel moet helpen. U vraagt zich af wat te doen. Is dit geweld achter de voordeur? Mag u de morele druk (die ook tot ernstige psychosociale klachten kan leiden) zo zien?
Wat zijn de gevolgen? Kinderen zijn vaak betrokken bij huiselijk geweld. Als slachtoffer of als toeschouwer. Kinderen die opgroeien in een klimaat van huiselijk geweld hebben het niet gemakkelijk. Als er sprake is van geweld tussen de ouders, hebben ze de neiging om het gat dat er tussen de ouders valt te vullen. Door het trekken van (negatieve) aandacht of het proberen te voorkomen van conflicten. Soms worden kinderen ook heel bewust door de ouders in het conflict betrokken, waardoor het kind partij moet kiezen. Hierdoor wordt het kind met een geweldig loyaliteitsprobleem opgescheept. Verder kan het geweld zich natuurlijk uitbreiden naar de kinderen. Kinderen kunnen te maken met allerlei vormen van lichamelijke en psychische ontwikkelingsachterstanden. Een kind kan zich terug gaan trekken uit de realiteit en in een fantasie wereld gaan leven. Op volwassen leeftijd is het kind meer vatbaar voor depressiviteit, agressie tegen zichzelf en anderen. Slachtoffers raken nogal eens hun vertrouwen kwijt in de ander en in zichzelf. Verder zijn er allerlei gevolgen te verwachten op het gebied van de geloofsbeleving.
Welke hulp is er? Het uitgangspunt bij hulpverlening is het stoppen van het geweld. Uit ervaring blijkt dat het stoppen van geweld, als de dader daar ook achter staat, in een betrekkelijk kort aantal hulpverleningsgesprekken bereikt kan worden. De geweldspiraal, zoals die in het eerdere artikel werd besproken, is daarbij meestal een uitgangspunt. Hierdoor krijgen daders en slachtoffers zicht op de manier waarop geweld ontstaat en zich herhaalt. Als geweld doorgaat is het verlenen van hulp moeilijk. Er kan niet worden gewerkt aan herstel als er sprake is van een onveilige situatie. Dan is het nodig dat er (eventueel gedwongen) hulp wordt verleend aan de dader, voordat gewerkt kan worden aan herstel van de relatie. Soms is het voor de veiligheid van het slachtoffer (en ook toekijkende kinderen) niet mogelijk dat men bij elkaar blijft. In veel gevallen is het echter mogelijk de cyclus van geweld te doorbreken. Uiteraard is dit nog maar een eerste stap. Het is van belang om dat goed in het oog te houden. Soms is er bij de omgeving, hulpverleners en niet in de laatste plaats bij daders en slachtoffers zoveel opluchting over het stoppen van het geweld dat een motief voor verdere hulp(verlening) ontbreekt. Dit is een valkuil.
Het is heel belangrijk om na te gaan waaruit het geweld is voortgekomen en hoe het geweld in de toekomst voorkomen kan worden. Aan de basis van geweld kan een (ernstig) verstoorde huwelijksrelatie liggen. Het kan zijn dat de dader een probleem heeft met het beheersen van zijn of haar impulsen. Er kan sprake zijn van ervaring met geweld in het verleden. Soms doortrekt geweld opeenvolgende generaties. Ook kan er sprake zijn van psychiatrisch ziektebeeld waarbij men gemakkelijker komt tot geweld. In dergelijke gevallen is professionele hulp geboden.
Wat doet de hulpverlener? Er zijn effectieve middelen ontwikkeld om het stoppen van geweld te bevorderen. Bijvoorbeeld de time-out methode waarbij wordt afgesproken dat als de spanning bij een echtpaar te hoog oploopt een van beiden een time out kan vragen. Bijvoorbeeld als zij het gevoel heeft haar emoties niet meer te kunnen hanteren of als hij zijn handen bijna niet meer thuis kan houden. Beide partners kunnen dan een time-out aanvragen en moeten dat dan van de ander respecteren. Men moet fysiek afstand van elkaar nemen waarbij de vrager van de time-out als eerste weggaat. Het gaat om het reduceren van de spanning waarbij beiden de opdracht hebben om na te denken over een constructief vervolg van bijvoorbeeld het gesprek dat de spanning opriep. De aanvrager van de time-out is verantwoordelijk voor herstel van het contact. Deze methode wordt in de hulpverlening toegepast en lijkt eenvoudig. Om het echter goed toe te kunnen passen in de individuele situatie is deskundige hulp nodig. Belangrijkste voorwaarde is dat beide partners volledig achter de methode moeten staan. Soms besluit een echtpaar om tijdelijk niet bij elkaar te wonen. Ook dan is van groot belang om vooraf goede en heldere afspraken te maken. Het liefst op papier. Daarbij kan bijvoorbeeld worden afgesproken in welke mate men contact houdt, hoe de financiën in deze periode zijn geregeld, hoe het gaat met het bezoek van eventuele kinderen, of er, als er contact is ook seksueel contact is of juist niet. En niet in de laatste plaats: hoe lang de time- out gaat duren. Het is belangrijk dat partners deze afspraken beiden onderschrijven. Als dergelijke afspraken niet worden gemaakt en nagekomen is de kans groot dat na de time-out de gedragspatronen op dezelfde wijze doorgaan als voor de afkoelingsperiode. Voor het pastoraat is het in dergelijke situaties wel zaak zich te laten coachen door een professionele hulpverlener, dan wel om de gemeenteleden door te verwijzen.
Signalen opgevangen, en dan? Wat doet u in het geval van Karel? Spreekt u zijn vader aan, of steunt u Karel? Of zoekt u contact met…? Voor de omgeving is het niet makkelijk om met de geschetste problemen om te gaan. Wat wel opvalt is dat vaak meerdere mensen wel op de hoogte blijken te zijn van het geweld in een gezin. Het is een hoge drempel voor de omgeving om het zwijgen te doorbreken. Toch is dat van het grootste belang. Dat kan op allerlei manieren. Soms door rechtstreeks mensen aan te spreken. Tijd en wijze is dan wel van belang. Slachtoffers en daders moeten betrokkenheid ervaren en geen veroordeling vooraf. Een belangrijke stelregel is om met mensen samen op te lopen ook als ze het moeilijk blijken te hebben. En dat is zeker het geval bij lichamelijk en geestelijk geweld. Het is een taak om de ander naar vermogen te beschermen en te leiden. Als u in uw woning vaak ongewild getuige bent van schreeuwen en u ziet een man of een vrouw of kinderen in nood, met blauwe plekken, dan past het om iets te doen. Indien u daartoe zelf de mogelijkheid niet bezit is het altijd mogelijk om een melding te doen bij een Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Deze instelling onderneemt stappen als er voldoende aanwijzingen zijn voor geweld en werkt voor jongeren tot 18 jaar. In veel gemeenten werkt de politie samen met het maatschappelijk werk. Ook bij de politie kunt u een melding doen, daarbij geldt geen leeftijdsgrens. Ook de school en de huisarts zijn in beginsel belangrijke instituten voor de signalering van huiselijk geweld. Mocht u zelf te maken hebben met huiselijk geweld in uw omgeving of zelf dader of slachtoffer zijn dan kunt u zich ook voor hulp melden bijvoorbeeld bij een organisatie als Eleos. U kunt ook informatie over hulpverleningsmogelijkheden vinden op www.adviesbijhuiselijkgeweld.nl
Geschreven door H. Fokkens (werkt 11 jaar bij Eleos als psychotherapeut) en A. van Schothorst (huisarts in opleiding). |