Dwangstoornis

Bij een dwangstoornis wordt door dwanggedachten opgeroepen angst, verminderd met behulp van dwanghandelingen. Dit kost op den duur zoveel tijd en inspanning, dat het normale functioneren er ernstig door belemmerd kan raken.

Omgaan met dwangstoornis

Wat kun je zelf doen?

  • Informeer jezelf
    Zorg dat je goed op de hoogte bent van wat een dwangstoornis precies inhoudt. Lees erover. Zoek informatie op internet en/of in de bibliotheek. Ga er niet vanuit dat de behandelaar wel zal weten hoe het in elkaar zit en wat de beste therapie is. Wanneer je denkt last te hebben van een dwangstoornis, geef dat dan aan en vraag om gedragstherapeutische behandeling.
  • Verminder stress
    Dwangklachten ontstaan en verergeren vaak onder invloed van stress. Het is daarom raadzaam te zorgen voor een goede balans tussen rust en activiteit. Neem niet teveel hooi op de vork. Stel grenzen. Zeg vaker 'nee'. Wees niet te perfectionistisch. Zorg voor een goede planning.
  • Leer angst en spanning verdragen
    Veel dwangpatiënten hebben angst voor de angst. Ze zijn zo bang om iets van spanning of angst te ervaren, dat ze alles in het werk stellen om zich zo snel mogelijk weer rustig te voelen. Vandaar de enorme aantrekkelijkheid van de dwanghandelingen. Die zorgen er immers voor dat de dwangpatient zich niet meer angstig voelt. Het is misschien wel de belangrijkste ontdekking in een therapie, wanneer iemand zich realiseert dat hij in staat is om angst en spanning gewoon te verdragen: je valt niet flauw en wordt er niet gek van.
  • Praat erover met anderen
    Met name wanneer het dwanggedrag niet zichtbaar is voor anderen, kunnen dwangpatiënten lange tijd in stilte lijden. Ze worstelen dan bijvoorbeeld soms al jaren met vloekgedachten, zonder er ooit met een ander over te hebben gesproken. Het is vaak een enorme opluchting wanneer mensen om je heen er vanaf weten. Zij kunnen dan zorgen voor de nodige steun, ook tijdens de behandeling.

Tips voor naastbetrokkenen

  • Informeer jezelf
    Goede informatie is belangrijk. Zo kunnen naastbetrokkenen beter leren begrijpen wat er aan de hand is met de dwangpatiënt.
  • Je ziet maar de helft
    Realiseer je dat het zichtbare - en vaak vreemd of overdreven aandoende dwanggedrag - maar de helft is van de dwangstoornis. Van binnen spelen zich allerlei dwanggedachten af. Hier durft de dwangpatiënt vaak niet over te praten. Wanneer je deze gedachten zou kennen, zou het gedrag van de ander veel beter te begrijpen zijn.
    Neem als voorbeeld iemand die dwangmatig alle bestek steeds opbergt achter slot en grendel en de sleutel op de hoogste richel legt en tien keer controleert of hij daar wel ligt. Wanneer je zou weten dat deze persoon dit doet omdat hij steeds de gedachte krijgt om een kind met een mes te steken en zo probeert te voorkomen dat hij dit echt doet, is zijn gedrag ineens veel beter te snappen.
  • Wees vriendelijk maar ga niet helpen
    Het is erg verleidelijk om de ander te helpen met wassen en controleren. Op den duur leidt dit er echter meestal alleen maar toe dat het hele gezin meedoet in de dwang en niemand zich meer normaal durft te gedragen. Het lijkt of het hele gezin op eieren loopt. Daarmee steun je de dwangpatiënt wel, maar je helpt hem of haar niet: de dwang wordt er vaak alleen maar steeds erger van.
  • Motiveer de ander tot gedragstherapie
    Wijs de ander op de mogelijkheid van gedragstherapie of steun de ander in zijn eigen initiatieven hiervoor. Vaak krijgt de ander opdrachten mee, die als doel hebben de angstige situaties op te zoeken en geen dwanghandelingen uit te voeren. Vraag aan de ander hoe je hem of haar daarbij het best kan helpen. Moedig de ander aan en geef complimenten na elke stap die met succes genomen wordt. 


 

het ervaringsverhaal van Brenda
     over haar emdr-behandeling

 andere ervaringsverhalen