Dwangstoornis

Bij een dwangstoornis wordt door dwanggedachten opgeroepen angst, verminderd met behulp van dwanghandelingen. Dit kost op den duur zoveel tijd en inspanning, dat het normale functioneren er ernstig door belemmerd kan raken.

Hoe ontstaat een dwangstoornis?

Niemand weet precies hoe een dwangstoornis zich ontwikkelt, waarom de een er wel last van krijgt en de ander niet. De volgende zaken spelen daarbij in elk geval een rol.

Serotonine
Het is een belangrijke ontdekking geweest dat antidepressieve medicijnen ook een gunstig effect kunnen hebben bij dwangklachten. Het lijkt erop dat hetzelfde mechanisme dat in de hersenen een rol speelt bij het ontstaan van depressie, ook een rol speelt bij het ontstaan van dwang. Het gaat dan om de hoeveelheid serotonine die in de hersenen aanwezig is. Serotonine is een zogenaamde neurotransmitter. Dat is een stof die ervoor zorgt dat boodschappen in de hersenen van de ene zenuw naar de andere worden doorgegeven. Teveel of te weinig van die stof kan leiden tot verslechterd functioneren. Antidepressiva zorgen ervoor dat er weer een optimale hoeveelheid serotonine in de hersenen aanwezig is. De juiste dosering is daarbij belangrijk.

Streptokokken
Mensen die in hun jeugd een streptokokkeninfectie hebben doorgemaakt blijken als volwassene meer kans te hebben op het ontwikkelen van een dwangstoornis.

Hersengebieden
De hersenen vormen een zeer complex systeem waarbij alles met alles in verbinding lijkt te staan. Toch zijn er wel gebieden in de hersenen aan te wijzen die mogelijk een bijzondere betekenis hebben bij de ontwikkeling van dwang. De frontale cortex bijvoorbeeld helpt bij het efficiënt en volgens plan uitvoeren van allerlei handelingen. Een verstoring in dit gebied zou kunnen verklaren waarom mensen met dwang zoveel nutteloze handelingen verrichten en voortdurend met een kanon op een mug aan het schieten zijn. De zogenaamde amandelkern is betrokken bij het aanleren van angsten. Angstige ervaringen kunnen zeer langdurig een indruk achter laten in dit hersengebied, ook wanneer het gevaar al lang geweken is. Dat kan verklaren dat iemand bang blijft voor zaken, waarvan hij 'met zijn verstand' wel kan beredeneren dat de angst ongegrond is.

Zwart-witdenken
Wanneer iets voor iemand alleen maar goed of slecht, mooi of lelijk, vies of schoon is, kan dat voor dwangmatig gedrag zorgen. Zo iemand kan bijvoorbeeld niet leven met het idee dat zijn of haar huis hier of daar nog een beetje stoffig is en doorgaan met schoonmaken tot het huis honderd procent stofvrij is. Twee beetjes vies zijn voor zo iemand net zo vies als drie beetjes.

Risico-overschatting
Sommige mensen kunnen slecht inschatten hoe groot nu precies een bepaald risico is. De kans dat een willekeurige lift blijft hangen is erg klein. Een kans van 1 op 10.000 wordt door hen beleefd als een aanzienlijke kans. Zij zullen daarom de lift zoveel mogelijk vermijden, of als het niet anders kan er met veel angst gebruik van maken. De kans op een vliegtuigongeluk is kleiner dan de kans op een dodelijk auto-ongeluk. Toch durven nogal wat mensen niet te vliegen, terwijl ze wel in de auto stappen.

Controlebehoefte
Dwangpatiënten hebben vaak een sterke controlebehoefte. Een sterke controlebehoefte kan makkelijk leiden tot dwangmatig gedrag. Wie bijvoorbeeld niet kan leven met de onzekerheid mogelijk zonder het te weten een ernstige ziekte onder de leden te hebben, zal op allerlei manieren gaan controleren hoe het met zijn gezondheid gesteld is (door bijvoorbeeld artsenbezoek, zichzelf bevoelen en betasten, geruststelling vragen en het nauwkeurig volgen van dieetvoorschriften).

Klassieke conditionering
De dwangstoornis hoort tot de groep van angststoornissen. Angst is de spil waar het bij dwang om draait. Nu is het heel normaal om angstig te zijn in een acuut levensbedreigende situatie. Wie in een oorlogsgebied door een mijnenveld moet lopen, zal daarbij de nodige angst ervaren. Soms raken tamelijk gewone situaties gekoppeld aan universele angstsituaties. Wanneer je als kind hebt meegemaakt dat het huis van je buren afbrandde, zul je soms levenslang bang zijn van alles wat maar aan brand doet denken (zoals bijvoorbeeld een gaslucht). En wanneer je ouders makkelijk in paniek raakten bij ziekteverschijnselen, zal je later makkelijk angstig raken bij alle symptomen die maar zouden kunnen wijzen op een ernstige ziekte.

Operante conditionering
Dwanghandelingen ontstaan meestal door het geruststellend effect dat zij hebben. Wie meent besmet te zijn zal een natuurlijke neiging hebben zich te wassen. Dat kan zoveel opluchting geven dat het als het ware verslavend gaat werken: steeds vaker zal iemand bij spanning geneigd zijn tot wasgedrag over te gaan. Het nadeel is dat daarmee de dwangstoornis juist sterker wordt.


 

het ervaringsverhaal van Brenda
     over haar emdr-behandeling

 andere ervaringsverhalen