Burnout

Burnout is beeldspraak die gebruikt wordt om een psychische uitputtingstoestand te vergelijken met het uitdoven van een vuur: de mentale brandstof is uitgeput. Passende metaforen zijn: 'de rek is uit het elastiek', 'ik ben opgebrand' of 'de accu is leeg en laadt niet meer goed op'.

Relatie burnout met geloof

Burnout kan het leven van iemand op zijn kop zetten. Dat kan ook weerslag hebben op je geloofsleven. In eerste plaats is het mogelijk dat iemand moeite heeft om de klachten te accepteren. Er kan schuldgevoel naar God zijn, omdat iemand zijn ‘gewone’ taken niet meer kan vervullen en tekort schiet in werk en gezin.

In het geloofsleven kan eveneens een gevoel van afstandelijkheid optreden, 'het maakt allemaal niet meer uit, wat kan het me ook schelen'. Deze gevoelens van distantie zijn vergelijkbaar met de distantie die naar de werkplek kan worden ervaren. Van deze gedachten kan iemand schrikken, omdat het geloof altijd het belangrijkste voor iemand was. Er kan gedacht worden dat men het geloof kwijt is, of dat God iemand heeft losgelaten.

In de laatste plaats kan het geloof iets zijn wat ook nog moet. Mensen met burnoutklachten zijn zich vaak sterk bewust van alles wat ze nog moeten van zichzelf, wat als een druk ervaren wordt. Een gewoonte om dagelijks te bidden en uit de bijbel te lezen, kan onderdeel uitmaken van de berg waar iemand op een dag tegen op ziet.

Het is van belang om bij deze verschijnselen te beseffen dat de burnout ‘aan het woord is’, waardoor men dingen anders voelt en beleeft. Het is belangrijk om hier over te praten en te vragen om steun en gebed vanuit de omgeving. Er mag het vertrouwen zijn dat God mensen niet los laat in moeilijke tijden.

De geloofsbeleving kan ook een factor zijn bij het ontstaan van burnoutklachten. Christenen voelen zich verantwoordelijk. Niet alleen naar onze chefs en collega’s, maar ook naar God. Daar komt bij dat christenen vaak actief zijn in het kerkelijk leven: kerkenraad, huiskringen, evangelisatie, kerkelijke ontwikkelingen en zorg voor gemeenteleden. Veel mensen zijn bang om lui te zijn en durven niet te genieten, uit angst om zich bezig te houden met nutteloze bezigheden. Grenzen stellen is iets wat snel als egoïstisch wordt ervaren, tegenovergesteld aan de dienstbaarheid uit de Bijbel. Conflicten worden niet uitgesproken, men houdt veel voor zich of het wordt ‘met de mantel der liefde bedekt’. Een belangrijk gevolg van niet uitspreken, is dat ongenoegens blijven bestaan en vaak nog groter worden.
Over deze thema’s is veel te zeggen. Het kan verhelderend zijn om hier over te praten binnen de kerkelijke gemeente of met ambtsdragers.

Enkele handreikingen die in deze gesprekken aan de orde kunnen komen:

  • God heeft de zevende dag als rustdag geschapen. De rustdag is onderdeel van de tien geboden. Denk ook aan de instelling van het jubeljaar. God gebiedt de mensen dingen die goed voor de mens zijn en waarmee we Hem kunnen dienen.
  • God heeft werken als een essentieel element van de mens gemaakt. Arbeiden maakt dan ook deel uit van zowel het paradijs, als van het leven na de zondeval en nu. Het werken zelf is geen gevolg van de zondeval, wel zijn de omstandigheden ernstig verslechterd: werken is een weerbarstige klus geworden.
  • God vraagt van ons geen bovenmatige prestaties, we mogen juist bij Hem uitrusten. We hoeven en kunnen onze genade niet te verdienen.