Automutilatie

Automutilatie is in de volksmond ook wel bekend als ‘zelfbeschadiging’ of ‘zelfverwonding’. Het is een veelvoorkomend probleem bij kinderen, jongeren én volwassenen.

Wat is automutilatie?

Er zijn verschillende gradaties en manieren waarop mensen zichzelf kunnen beschadigen. De meest voorkomende manieren zijn snijden, krassen of branden van het eigen lichaam, hoofdbonken, knijpen, bijten. Vaak gebeurt dit op plekken die niet direct opvallen of die met kleding bedekt kunnen worden zoals bovenarmen of -benen.

Gevaarlijk
Het is belangrijk om automutilatie serieus te nemen. Zelfbeschadiging is vaak een signaal is dat het niet goed gaat met iemand. Daarbij kunnen diepe wonden in de buurt van een slagader (levens)gevaarlijk zijn.

Er is altijd een persoonlijke reden waarom iemand zichzelf beschadigt. Meestal speelt er bij mensen die zichzelf verwonden ook een psychische of psychiatrische stoornis. Denk aan persoonlijkheidsproblematiek, een trauma of een depressie.

Hoe herken je automutilatie?
Het is vaak erg moeilijk zelfbeschadiging te herkennen, omdat het meestal in het geheim wordt gedaan en littekens of wonden verborgen worden gehouden onder kleding. In veel gevallen spelen schaamtegevoelens een rol in het verbergen van verwondingen.

Hoe vaak komt het voor?
Exacte cijfers over hoe vaak automutilatie voorkomt en bij wie zijn er niet. De schattingen lopen uiteen van 0,75 procent tot 5 procent van de bevolking. Bekend is dat het zowel bij vrouwen als bij mannen voorkomt.

Uit onderzoek door de Universiteit Leiden (2005) in samenwerking met GGD Rotterdam is gebleken dat 1 op de 23 jongeren tussen de 14 en 17 jaar zichzelf wel eens beschadigd heeft (www.zelfbeschadiging.nl).