Autisme

Autismespectrumstoornissen vormen een groep stoornissen die verwant zijn aan autisme. Alle mensen met een stoornis in het autismespectrum hebben moeite met het inschatten en begrijpen van sociale interactie. Dat vormt de kern van hun problemen. 

Wat is een autismespectrumstoornis?

Autismespectrumstoornissen vormen een groep stoornissen die verwant zijn aan autisme. Het woord autisme is afgeleid van het Griekse woord 'autos'. Dat betekent 'zelf'. Het verwijst naar een van de belangrijkste problemen van mensen met autisme. Ze lijken op zichzelf gericht en ondervinden problemen in het contact met andere mensen.
Autismespectrumstoornissen hebben ingrijpende gevolgen voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Daarom worden ze ook wel pervasieve ontwikkelingsstoornissen genoemd. Pervasief betekent dat de stoornis gevolgen heeft voor vrijwel alle aspecten van de ontwikkeling. Het woord spectrum betekent dat het gaat om stoornissen die aan elkaar verwant zijn. De belangrijkste kenmerken van autismespectrumstoornissen zijn:

  • Problemen in het sociale contact 
  • Problemen in de communicatie 
  • Stereotype gedragingen of interesses en/of zich herhalend gedrag of spel

Welke stoornissen zijn er?
Autismespectrumstoornissen vallen onder de psychiatrische stoornissen en worden geclassificeerd volgens de criteria van de DSM-IV-TR. Dat is een systeem dat in de hele wereld wordt gebruikt om psychische stoornissen te beschrijven. De DSM-IV-TR onderscheidt vijf groepen stoornissen binnen het autismespectrum. De bekendste zijn: klassiek autisme, syndroom van Asperger en de pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anders omschreven (PDD-NOS).
Daarnaast zijn er nog twee minder vaak voorkomende stoornissen: de stoornis van Rett en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd. Klassiek autisme en de stoornis van Rett zijn helder beschreven diagnoses. Vooral voor PDD-NOS en het syndroom van Asperger zijn de criteria om de diagnose te stellen (nog) niet duidelijk. De grenzen tussen de verschillende stoornissen zijn soms moeilijk aan te geven. Tussen mensen met dezelfde diagnose kunnen grote verschillen zijn in kenmerken en in gedrag, en in de manier waarop de stoornis zich ontwikkelt.
Alle mensen met een stoornis in het autismespectrum hebben moeite met het inschatten en begrijpen van sociale interactie. Dat vormt de kern van hun problemen. Toch vallen de problemen in het sociale contact niet altijd het meest op in het gedrag van iemand met autisme. Soms is de manier van praten opvallender, of de houterige motoriek of de dwangmatige belangstelling voor bepaalde onderwerpen of personen. Een autismespectrumstoornis komt bij ieder persoon anders tot uiting. ‘De autist’ bestaat dus niet.
De hoofdkenmerken van de drie bekendste stoornissen zijn:

Klassiek autisme
Bij klassiek autisme zijn er drie probleemgebieden:

  • Sociale interactie
    Mensen met klassiek autisme laten weinig wederkerigheid in het contact zien. Ze zijn op zichzelf gericht en leggen contact als ze iets van de ander nodig hebben. Ze delen hun gevoelens minder met anderen, stellen minder vragen of geven niet snel een compliment. Veel mensen met deze stoornis hebben moeite met oogcontact en met het begrijpen van non-verbaal (niet gesproken) sociaal gedrag, zoals lichaamshouding of gezichtuitdrukkingen. 
  • Communicatie
    Communicatieproblemen komen in verschillende vormen voor. Sommigen praten niet (mutisme) of praten alleen anderen na (echolalie). Anderen vallen op door hun stereotiep en herhaald of eigenaardig taal- of woordgebruik. Vaak komt de taalontwikkeling bij mensen met autisme laat of in een ongewone volgorde op gang. 
  • Stereotype gedragingen of interesse/zich herhalend gedrag of spel
    Mensen met klassiek autisme hebben vaak beperkte, zich herhalende vaste patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten. Ze zitten vaak vast aan bekende rituelen of gewoontes en raken in paniek bij kleine veranderingen. Sommigen maken steeds dezelfde ongewone bewegingen, bijvoorbeeld fladderen met de handen, draaien met de vingers of ingewikkelde bewegingen met het hele lichaam.
    Deze drie kenmerken zijn al voor het derde levensjaar aanwezig en op die leeftijd is er ook al een achterstand in sociale contacten, taalontwikkeling en/of spel. In de loop van de tijd kunnen sommige gedragingen veranderen of in ernst toe- of afnemen.

Het syndroom van Asperger
Mensen met het syndroom van Asperger hebben geen achterstand in hun taalontwikkeling en verstandelijke ontwikkeling. Als ze wat ouder zijn, komt het taalgebruik nogal eens ‘ouwelijk’, plechtig of overbeleefd over. Meestal zijn ze voldoende zelfredzaam. Problemen doen zich voor bij de sociale interactie en het zich herhalend gedrag of spel. De stoornis kan tot ernstige problemen leiden in het sociaal en/of beroepsmatig functioneren of op andere belangrijke levensgebieden.

  • Sociale interactie
    Net als mensen met klassiek autisme, laten mensen met Asperger meestal weinig wederkerigheid in het contact zien. Ze vinden het moeilijk om vriendschaprelaties te beginnen en/of te onderhouden. Ook delen zij minder plezier met anderen en stellen weinig vragen. Ze vinden het moeilijk om in sociale contacten goed oogcontact te houden en een passende houding aan te nemen. Mensen met Asperger vinden het vaak moeilijk om non-verbaal (niet gesproken) sociaal gedrag van anderen te interpreteren. Signalen die andere mensen afleiden van lichaamshouding of gezichtsuitdrukkingen worden door mensen met Asperger vaak onvoldoende opgemerkt of begrepen. 
  • Stereotype gedragingen of interesse/zich herhalend gedrag of spel
    Mensen met het syndroom van Asperger hebben beperkte, zich herhalende vaste patronen van gedrag, belangstelling of activiteiten. Vaak is er sprake van interesse in een bepaald onderwerp. De intensiteit van de interesse is heel sterk en soms gaat het om ongewone onderwerpen. Mensen met Asperger houden sterk vast aan bepaalde rituelen, gewoontes of structuren. Ook bij hen kan sprake zijn van steeds dezelfde ongewone bewegingen, bijvoorbeeld het fladderen met de handen.

PDD-NOS
PDD-NOS is een Engelse afkorting van Pervasive Development Disorder, Not Otherwise Specified. In het Nederlands: Pervasieve Ontwikkelingsstoornis, Niet Anderszins Omschreven. Deze diagnose wordt gesteld als mensen niet voldoen aan de criteria voor klassiek autisme of het syndroom van Asperger. En natuurlijk moet ook de stoornis van Rett en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd uitgesloten zijn.
Ook bij mensen met PDD-NOS doen zich problemen voor op de drie eerder genoemde gebieden. Ook zij hebben ernstige en ingrijpende beperkingen in de ontwikkeling van de sociale interactie en de communicatie. Daarnaast is er ook sprake van stereotiep gedrag, interesses of activiteiten.


 

 het ervaringsverhaal van Andrea
     die in een jeugd-woonvorm woont

 het ervaringsverhaal van een moeder
     die een oudercursus volgde

andere ervaringsverhalen


 

Wilt u weten wat Autisme is en hoe het is om daarmee te moeten leven? Bekijk dan de aflevering uit de serie Doe even normaal (NTR) http://bit.ly/1mLu3or
Informatie over de serie op: http://bit.ly/1oGbx4E