Angststoornis

Een angststoornis is, zoals de naam al zegt, een aandoening waarvan het hoofdkenmerk 'angst' is. Wanneer je hier last van hebt, zal je leven in hinderlijke mate draaien om angst.

Hoe ontstaat een angststoornis?

Niemand weet precies hoe een angststoornis zich ontwikkelt, waarom de een er wel last van krijgt en de ander niet. De volgende zaken spelen daarbij in elk geval een rol.

Erfelijkheid en opvoeding
Erfelijkheid speelt een rol bij de meeste angststoornissen. In bepaalde families komen meer angststoornissen voor dan in andere. De precieze invloed daarvan is moeilijk na te gaan. Een angstige ouder kan een angstig kind krijgen door erfelijkheid, maar evengoed kan de opvoeding daar een rol in spelen. Een ouder met ziektevrees zal zo sterk op mogelijke ziekteverschijnselen gericht zijn, dat het kind leert om ook op elke pijn met angst te reageren: “Mama, het is toch niet iets ergs?”. 

Temperament en levensgebeurtenissen
De een is gevoeliger dan de ander. Denk aan het begrip HSP, dat de laatste jaren volop in de belangstelling is. Een HSP (Highly Sensitive Person) is iemand die gevoeliger is voor indrukken van de buitenwereld dan gemiddeld. Wanneer je hooggevoelig bent, heb je een veel grotere kans om een angststoornis te ontwikkelen dan wanneer je dat niet bent. Naast dit hooggevoelig zijn is er vaak een ingrijpende gebeurtenis nodig om daadwerkelijk een angststoornis te krijgen. Wanneer je een paniekstoornis hebt is de kans groot dat je in de maanden daaraan voorafgaand hebt meegemaakt dat iemand met een hartinfarct naar het ziekenhuis moest, of daarover iets hebt gehoord. Ook is het zo dat wanneer je veel levensgebeurtenissen in korte tijd meemaakt (een nieuwe baan, een huwelijk, een verhuizing, overlijden van dierbaren) je algehele stressniveau behoorlijk is opgelopen. Dat is op zichzelf een voedingsbodem voor het ontstaan van angststoornissen.

Serotonine
Een belangrijke ontdekking is geweest dat antidepressieve medicijnen ook een gunstig effect kunnen hebben bij angststoornissen. Het lijkt erop dat hetzelfde mechanisme in de hersenen dat een rol speelt bij het ontstaan van depressie, ook een rol speelt bij het ontstaan van angst. Het gaat dan om de hoeveelheid serotonine die in de hersenen aanwezig is. Serotonine is een zogenaamde neurotransmitter. Dat is een stof die ervoor zorgt dat boodschappen in de hersenen van de ene zenuw naar de andere worden doorgegeven. Te veel of te weinig van die stof kan leiden tot verslechterd functioneren. Antidepressiva zorgen ervoor dat er weer een optimale hoeveelheid serotonine in de hersenen aanwezig is. De juiste dosering is daarbij belangrijk.

Hersengebieden
De zogenaamde amandelkern (amygdala) is betrokken bij het aanleren van angsten. Angstige ervaringen kunnen zeer langdurig een indruk achter laten in dit hersengebied, ook wanneer het gevaar al lang geweken is. Dat kan verklaren dat iemand bang blijft voor zaken, waarvan hij 'met zijn verstand' wel kan beredeneren dat de angst ongegrond is.

Risico-overschatting
Sommige mensen kunnen slecht inschatten hoe groot nu precies een bepaald risico is. De kans dat een willekeurig lift blijft hangen is erg klein. Een kans van 1 op 10.000 wordt door hen beleefd als een aanzienlijke kans. Zij zullen daarom de lift zoveel mogelijk vermijden, of als het niet anders kan er met veel angst gebruik van maken. De kans op een vliegtuigongeluk is kleiner dan de kans op een dodelijk auto-ongeluk. Toch durven nogal wat mensen niet te vliegen, terwijl ze wel in de auto stappen.

Klassieke conditionering
Angst is de spil waar het bij de angststoornis om draait. Nu is het heel normaal om angstig te zijn in een acuut levensbedreigende situatie. Wie in een oorlogsgebied door een mijnenveld moet lopen, zal daarbij de nodige angst ervaren. Soms raken tamelijk gewone situaties gekoppeld aan universele angstsituaties. Wanneer je als kind hebt meegemaakt dat het huis van je buren afbrandde, zul je soms levenslang bang zijn van alles wat maar aan brand doet denken (zoals bijvoorbeeld een gaslucht). En wanneer je ouders makkelijk in paniek raakten bij ziekteverschijnselen, zal je later makkelijk angstig raken bij alle symptomen die maar zouden kunnen wijzen op een ernstige ziekte.
Klassieke conditionering verklaart ook waarom mensen met een PTSS bang kunnen zijn voor dingen waar je eigenlijk niet bang voor hoeft te zijn. Zo was iemand die een bankoverval had meegemaakt plotseling bang voor alle mensen met bivakmutsen, omdat de overvaller zo’n muts had gedragen.

Operante conditionering
Bij angststoornissen, net als bij alle aandoeningen, is ook sprake van ziektegedrag. Denk aan het vermijden van allerlei situaties. Operante conditionering houdt in dat gedrag dat op de een of andere manier een positief gevolg voor je heeft, steeds vaker zal gaan voorkomen. Wanneer je sociaal fobisch bent en je besluit maar niet naar dat feestje te gaan merk je bij jezelf een stuk opluchting. Vermijden wordt dus beloond door opluchting. Daarmee is de kans groot dat je steeds vaker zult gaan vermijden. Het vervelende is, dat dit vaak gebeurt zonder dat je jezelf dat goed realiseert.

 

 

 het ervaringsverhaal van Brenda
     over haar EMDR-behandeling

andere ervaringsverhalen