Het kind wel wassen, maar niet met chloor
Wanneer de grens overschreden wordt
Je kinderen elke dag schone kleren aantrekken? Dat kan. Een flinke scheut chloor aan het badwater van de kinderen toevoegen? Dat gaat over een grens. De krant elke dag spellen? Prima. Alle reclamefolders van a tot z móeten lezen? Dat is tijdsverspilling. Het gas controleren? Heel verstandig. Het gas veertig keer controleren? Absurd. Wanneer wordt de grens van normaal naar dwangmatig gedrag overschreden?
De grens van normaal en abnormaal gedrag is bereikt als het je dagelijks functioneren gaat belemmeren, legt Kees Roest uit. Hij is als klinisch psycholoog verbonden aan Eleos en is de auteur van het boek Wat dwang met je doet (Boekencentrum, 2005). “Niet alleen jóuw dagelijks functioneren, maar ook dat van je gezinsleden. Ook je werk, je sociale leven, je financiën kunnen eronder gaan lijden. Door smetvrees wil je bijvoorbeeld geen mensen meer over de vloer, bang voor de viezigheid die zij met zich meebrengen. Op je werk kun jij je niet meer concentreren omdat je straks weer je bureau moet schoonmaken nadat een collega het heeft aangeraakt. Zonder opzet kun je je gezin in gijzeling houden met al het wassen en poetsen. Je ziet vaak dat het gezin bereid is dat te doen”, vertelt Roest. “Gewoon om de patiënt tegemoet te komen. Vaak gaat het sluipend. Schone kleren en een paar keer per week douchen vinden we normaal. Maar als dat steeds vaker moet, tot enkele malen per dag, is er iets goed mis. Daarmee steun je hem of haar wel, maar je helpt de patiënt niet”, aldus Roest.
Oorzaken Hoe ontstaat een dwangstoornis? Is het iets voor perfectionisten die uiteindelijk een grens overgaan? Dat kan, geeft klinisch psycholoog Roest aan, maar meestal liggen de oorzaken wel iets anders: ondoorzichtiger en dieper. “Ongeveer 1 op de 25 Nederlanders krijgt er ooit mee te maken in zijn leven. Het komt vaker voor dan men vroeger dacht, althans: nu er meer openheid over bestaat, komen meer mensen ermee naar buiten”, verklaart Roest. “Ook is het zo dat het vaak voorkomt in combinatie met iets anders, bijvoorbeeld depressiviteit. Het is nog niet zo makkelijk harde cijfers te geven. Bij mannen ontstaat het meestal rond het tiende jaar, bij vrouwen rond het twintigste jaar.”
“Niemand weet precies hoe een dwangstoornis zich ontwikkelt, waarom de een er wel last van krijgt en de ander niet. Zaken die een rol kunnen spelen zijn een teveel of een tekort aan serotonine in de hersenen, een stof die ook een rol speelt bij depressiviteit. Ook kan er sprake zijn van een verstoring in de frontale cortex, een deel van de hersenen. Een dwangstoornis ontwikkelt zich vaker bij mensen die zwart-wit denken, mensen met een sterke controlebehoefte, of een angstige opvoeding, dat wil zeggen: je ouders waren ook altijd al vreselijk bang voor ziektes, vuil of fouten maken.”
Controleren Hoe werkt een dwangstoornis nu? Roest: “De spil is angst. Het is een angststoornis. De angst wordt opgeroepen door bepaalde dwanggedachten. Bijvoorbeeld: ‘Het gas is misschien niet uit, dus er kan brand komen. Dus ga ik kijken of het uit is’. Er is bezorgdheid, die leidt tot een controlehandeling, die leidt tot vermindering van angst. Tot nu toe is dat normaal. Maar dan overvalt de angst de patiënt opnieuw. Die kan alleen maar omlaag gebracht worden door een nieuwe controle. Dit wordt een soort verslaving, want na elke handeling komt er een geruststelling, en daarom ga je steeds vaker een controlehandeling uitvoeren, waardoor angst vermindert. Het nadeel is dat de dwangstoornis hierdoor steeds sterker wordt”, tekent Roest erbij aan.
Schaamte Kan een dwangstoornis behandeld worden? “Ja, dit kan heel goed behandeld worden, al blijft het wel vaak een zwakke plek en zie je dat mensen er in tijden van stress soms weer in terugvallen. Maar dat neemt niet weg dat ik zeg: doe er wat aan!”, aldus Kees Roest. “Vaak maak ik als therapeut mee dat mensen zich verschrikkelijk schamen voor hun dwanghandelingen. Zij denken: ‘Dat wat ik doe of denk is wel zó absurd’. Dat is niet nodig, want ik, en met mij andere therapeuten hebben echt alles al eens gehoord. Des te meer reden om er wat aan te doen! Vaak zal het gaan om een combinatie van pillen (antidepressiva) of gedragstherapie in de lichtere gevallen en een combinatie van beide in de zwaardere gevallen.
Behandeling Welke therapieën worden gebruikt? “De meest gebruikte therapie heet Exposure en Responspreventie. Dat betekent dat de patiënt wordt blootgesteld aan datgene waar hij nu zo bang voor is, zonder dat de bekende respons, de dwanghandeling, wordt uitgevoerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van geleidelijke stappen. Iemand met smetvrees hoeft niet direct door de blubber te gaan, maar moet wel de roltrap op en de leuning vasthouden zonder de handen erna te wassen. Of moet wat schoon wasgoed op de grond gooien en toch opbergen in de kast zonder weer te wassen. Ook is er de Flooding therapie, waarbij je wél in een keer met ‘het ergste’, wordt geconfronteerd, maar er zijn niet veel mensen die daarvoor gemotiveerd zijn, al is het zeer effectief”, vertelt Roest. “Helpt exposure onvoldoende, dan kun je ook cognitieve gedragstherapie volgen, waarbij je leert je gedachten aan onderzoek te onderwerpen en nutteloze en onware gedachten te vervangen dor nuttige en reële gedachten. Voor mensen die last hebben van dwanggedachten (vloekgedachten, seksuele gedachten) zonder zichtbare dwanghandelingen is het een overweging om direct met cognitieve therapie te beginnen.”
Rust en regelmaat Creëert onze snelle, gestreste en onoverzichtelijk maatschappij geen dwangpatiënten bij bosjes? “Wellicht, omdat een dwangstoornis zich vooral ontwikkelt in tijden van stress. Rust en structuur zijn heel belangrijk voor het psychisch welbevinden. Rust en structuur zijn nu juist zaken die tegenwoordig niet makkelijk te verkrijgen zijn.”
|
Soorten dwangstoornis
- Smetvrees en wasdwang
- Controledwang
- Impulsdwang
- Dwanggedachten zonder zichtbare dwanghandelingen
De eerste drie gaan altijd gepaard met zichtbare dwanghandelingen, al kan men de handelingen soms heel goed verbergen. Bij de vierde soort spelen de dwanghandelingen zich alleen maar af in het hoofd.
Bij smetvrees en wasdwang is er de angst besmet te raken met een bacterie, of ziektes over te brengen op anderen, bijvoorbeeld de kinderen. Mannen zijn vaak bang het AIDS virus op te lopen. De dwanghandelingen bestaan uit eindeloos wassen en poetsen. Sommigen wassen hun handen tot wel 200 keer per dag.
Bij controledwang voer je eindeloze controlerituelen uit om gas, apparaten of ramen en deuren te controleren, waarbij geteld, gekeken en gevoeld moet worden in vaste patronen die uren in beslag kunnen nemen. Sta je dan eindelijk buiten, dan gaat je soms weer naar binnen om te kijken of er toch echt niets vergeten is. Ook de administratie, zoals het invullen van een acceptgiro kan veel tijd in beslag nemen, tot aan het wachten bij de brievenbus toe, tot deze geleegd wordt om de enveloppe open te maken en het nogmaals te controleren.
Bij impulsdwang is er de angst toe te geven aan bepaalde impulsen. In het water rijden, je kind iets aandoen, jezelf voor de trein gooien, met als resultaat niet meer willen rijden, niet meer alleen voor je kind willen zorgen of messen achter slot en grendel stoppen.
De vierde vorm speelt zich helemaal in je hoofd af. Je hebt bijvoorbeeld vloekgedachten of seksuele gedachten, en daarom moet je als dwang honderd keer om vergeving bidden. |
Dit artikel is eerder verschenen in de Eleoscript oktober 2008 en is geschreven door Martha Aalbers |