Wat is een ass?
Autismespectrumstoornissen vormen een groep stoornissen die verwant zijn aan autisme. Het woord autisme is afgeleid van het Griekse woord 'autos'. Dat betekent 'zelf'. Het verwijst naar een van de belangrijkste problemen van mensen met autisme. Ze lijken op zichzelf gericht en ondervinden problemen in het contact met andere mensen.
Autismespectrumstoornissen hebben ingrijpende gevolgen voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Daarom worden ze ook wel pervasieve ontwikkelingsstoornissen genoemd. Pervasief betekent dat de stoornis gevolgen heeft voor vrijwel alle aspecten van de ontwikkeling. Het woord spectrum betekent dat het gaat om stoornissen die aan elkaar verwant zijn. De belangrijkste kenmerken van autismespectrumstoornissen zijn:
-
Problemen in het sociale contact
-
Problemen in de communicatie
-
Stereotype gedragingen of interesses en/of zich herhalend gedrag of spel
Welke stoornissen zijn er?
Autismespectrumstoornissen vallen onder de psychiatrische stoornissen en worden geclassificeerd volgens de criteria van de DSM-IV-TR. Dat is een systeem dat in de hele wereld wordt gebruikt om psychische stoornissen te beschrijven. De DSM-IV-TR onderscheidt vijf groepen stoornissen binnen het autismespectrum. De bekendste zijn: klassiek autisme, syndroom van Asperger en de pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anders omschreven (PDD-NOS).
Daarnaast zijn er nog twee minder vaak voorkomende stoornissen: de stoornis van Rett en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd. Klassiek autisme en de stoornis van Rett zijn helder beschreven diagnoses. Vooral voor PDD-NOS en het syndroom van Asperger zijn de criteria om de diagnose te stellen (nog) niet duidelijk. De grenzen tussen de verschillende stoornissen zijn soms moeilijk aan te geven. Tussen mensen met dezelfde diagnose kunnen grote verschillen zijn in kenmerken en in gedrag, en in de manier waarop de stoornis zich ontwikkelt.
Alle mensen met een stoornis in het autismespectrum hebben moeite met het inschatten en begrijpen van sociale interactie. Dat vormt de kern van hun problemen. Toch vallen de problemen in het sociale contact niet altijd het meest op in het gedrag van iemand met autisme. Soms is de manier van praten opvallender, of de houterige motoriek of de dwangmatige belangstelling voor bepaalde onderwerpen of personen. Een autismespectrumstoornis komt bij ieder persoon anders tot uiting. ‘De autist’ bestaat dus niet.
De hoofdkenmerken van de drie bekendste stoornissen zijn:
Klassiek autisme
Bij klassiek autisme zijn er drie probleemgebieden:
- Sociale interactie
Mensen met klassiek autisme laten weinig wederkerigheid in het contact zien. Ze zijn op zichzelf gericht en leggen contact als ze iets van de ander nodig hebben. Ze delen hun gevoelens minder met anderen, stellen minder vragen of geven niet snel een compliment. Veel mensen met deze stoornis hebben moeite met oogcontact en met het begrijpen van non-verbaal (niet gesproken) sociaal gedrag, zoals lichaamshouding of gezichtuitdrukkingen.
- Communicatie
Communicatieproblemen komen in verschillende vormen voor. Sommigen praten niet (mutisme) of praten alleen anderen na (echolalie). Anderen vallen op door hun stereotiep en herhaald of eigenaardig taal- of woordgebruik. Vaak komt de taalontwikkeling bij mensen met autisme laat of in een ongewone volgorde op gang.
- Stereotype gedragingen of interesse/zich herhalend gedrag of spel
Mensen met autisme hebben vaak beperkte, zich herhalende vaste patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten. Ze zitten vaak vast aan bekende rituelen of gewoontes en raken in paniek bij kleine veranderingen. Sommigen maken steeds dezelfde ongewone bewegingen, bijvoorbeeld fladderen met de handen, draaien met de vingers of ingewikkelde bewegingen met het hele lichaam.
Deze drie kenmerken zijn al voor het derde levensjaar aanwezig en op die leeftijd is er ook al een achterstand in sociale contacten, taalontwikkeling en/of spel. In de loop van de tijd kunnen sommige gedragingen veranderen of in ernst toe- of afnemen.
Het syndroom van Asperger
Mensen met het syndroom van Asperger hebben geen achterstand in hun taalontwikkeling en verstandelijke ontwikkeling. Als ze wat ouder zijn, komt het taalgebruik nogal eens ‘ouwelijk’, plechtig of overbeleefd over. Meestal zijn ze voldoende zelfredzaam. Problemen doen zich voor bij de sociale interactie en het zich herhalend gedrag of spel. De stoornis kan tot ernstige problemen leiden in het sociaal en/of beroepsmatig functioneren of op andere belangrijke levensgebieden.
- Sociale interactie
Net als mensen met klassiek autisme, laten mensen met Asperger meestal weinig wederkerigheid in het contact zien. Ze vinden het moeilijk om vriendschaprelaties te beginnen en/of te onderhouden. Ook delen zij minder plezier met anderen en stellen weinig vragen. Ze vinden het moeilijk om in sociale contacten goed oogcontact te houden en een passende houding aan te nemen. Mensen met Asperger vinden het vaak moeilijk om non-verbaal (niet gesproken) sociaal gedrag van anderen te interpreteren. Signalen die andere mensen afleiden van lichaamshouding of gezichtsuitdrukkingen worden door mensen met Asperger vaak onvoldoende opgemerkt of begrepen.
- Stereotype gedragingen of interesse/zich herhalend gedrag of spel
Mensen met het syndroom van Asperger hebben beperkte, zich herhalende vaste patronen van gedrag, belangstelling of activiteiten. Vaak is er sprake van interesse in een bepaald onderwerp. De intensiteit van de interesse is heel sterk en soms gaat het om ongewone onderwerpen. Mensen met Asperger houden sterk vast aan bepaalde rituelen, gewoontes of structuren. Ook bij hen kan sprake zijn van steeds dezelfde ongewone bewegingen, bijvoorbeeld het fladderen met de handen.
PDD-NOS
PDD-NOS is een Engelse afkorting van Pervasive Development Disorder, Not Otherwise Specified. In het Nederlands: Pervasieve Ontwikkelingsstoornis, Niet Anderszins Omschreven. Deze diagnose wordt gesteld als mensen niet voldoen aan de criteria voor klassiek autisme of het syndroom van Asperger. En natuurlijk moet ook de stoornis van Rett en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd uitgesloten zijn.
Ook bij mensen met PDD-NOS doen zich problemen voor op de drie eerder genoemde gebieden. Ook zij hebben ernstige en ingrijpende beperkingen in de ontwikkeling van de sociale interactie en de communicatie. Daarnaast is er ook sprake van stereotiep gedrag, interesses of activiteiten.
Hoe ontstaat een ass?
Van autismespectrumstoornissen zijn geen duidelijke biologische, lichamelijke of psychologische oorzaken bekend. Meestal wordt een autisme spectrum stoornis beschouwd als een ontwikkelingsstoornis met een neurobiologische oorzaak. Dat wil zeggen dat de hersenen anders functioneren dan bij mensen zonder autisme. Erfelijkheid speelt een belangrijke rol bij het ontstaan.
Broertjes en zusjes van een kind met een autismespectrumstoornis hebben twintig tot zestig keer zo veel kans als andere kinderen dat ze zelf ook een dergelijke stoornis hebben. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de genen die de kans op autisme verhogen. Tot op heden is alleen voor de stoornis van Rett een genetische oorzaak ontdekt. Bij de andere stoornissen lijkt er sprake te zijn van een complexe interactie van meerdere genen die de problemen veroorzaakt. Hersenonderzoek laat zien dat de informatieverwerking van mensen met autisme trager verloopt en over meer schakels gaat dan bij mensen zonder autisme. De invloed van de omgeving op het ontstaan van autisme is beperkt. Factoren als een kille manier van opvoeding of luchtvervuiling veroorzaken geen autisme. Als kinderen extreem worden verwaarloosd kunnen ze wel symptomen hebben die ook passen bij een autismespectrumstoornis. Maar meestal verdwijnen deze symptomen langzaam als de kinderen verder opgroeien in een normale omgeving.
Hoe vaak komt een ass voor?
De cijfers over het aantal mensen dat een stoornis in het autistisch spectrum heeft verschillen nogal van elkaar. Dat heeft onder meer te maken met het al of niet meetellen van kinderen met PDD-NOS in de verschillende onderzoeken. Het Trimbos Instituut (2008) gaat voor Nederland uit van ongeveer 60 op de 10.000 kinderen, van wie het overgrote deel PDD-NOS heeft. Gemiddeld komt de stoornis bij mannen vier keer vaker voor dan bij vrouwen. Alle vormen van autisme komen gelijkmatig voor binnen alle sociaal economische klassen. Bij een klein deel van de mensen is de autistische stoornis het gevolg van een lichamelijke aandoening.
Autismespectrumstoornissen komen veel voor bij mensen met een verstandelijke handicap. Van de tien kinderen met een autismespectrumstoornis zijn er maar drie met een normale intelligentie. Vier van de tien hebben een ernstige verstandelijke handicap. Eén op de drie kinderen met een autismespectrumstoornis heeft ook ADHD.
Kinderen en jongeren met een autismespectrumstoornis krijgen nogal eens te maken met pesten en andere problemen binnen het sociale contact. Hierdoor kunnen sociale angsten ontstaan. Angst en depressie zijn regelmatig bijkomende problemen bij de stoornis. Angst kan daarbij zorgen voor agressie en toenemend isolement.
Drie theorieën
Er bestaan drie belangrijke theorieën die een verklaring proberen te geven voor autisme. Hoewel er veel onderzoek wordt gedaan, is er nog geen sluitende en volledig passende theorie gevonden.
- De Theory Of Mind
De Theory Of Mind gaat over het vermogen om na te denken over en rekening te houden met het innerlijk van jezelf en de ander. De theorie gaat ervan uit dat kinderen geleidelijk leren dat mensen eigen behoeften, meningen en gevoelens hebben. Ze komen er achter dat die niet altijd hetzelfde zijn als bij henzelf en steeds meer leren ze daarmee ook rekening te houden. Bij kinderen met autisme spectrum stoornis komen dit begrip en inlevingsvermogen gebrekkig tot ontwikkeling Ze vinden het moeilijk om te begrijpen wat er in de ander omgaat en reageren daarom vaak niet passend.
- De centrale coherentie
De centrale coherentietheorie gaat ervan uit dat mensen met een autisme spectrum stoornis geen samenhangend beeld kunnen vormen van de dingen die ze waarnemen. Ze doen deelwaarnemingen en zien fragmenten die geen eenheid vormen. Een situatie bestaat dan als het ware uit losse puzzelstukjes, die geen verband lijken te hebben met elkaar. Daardoor kunnen mensen met autisme de betekenis moeilijk begrijpen en het overzicht kwijt raken. Dat kan angst of paniek tot gevolg hebben.
- De planning of Executive Function
De planning of Executive Functions gaat over het plannen en organiseren van taken. Mensen met een autisme spectrum stoornis hebben daar moeite mee. Ze kunnen moeilijk schakelen van de ene taak naar de andere en zijn weinig flexibel bij het uitvoeren van de taken. Dit verklaart het obsessieve gedrag en de weerstand tegen verandering bij veel mensen met autisme. Ze hebben behoefte aan duidelijkheid en overzicht bij het uitvoeren van taken. Het is voor hen moeilijk om meerdere dingen tegelijk te doen of een eenmaal geplande activiteit te veranderen.
Opvoeding en een kind met ass?
De opvoeding van een kind met een autismespectrumstoornis stelt hoge eisen aan ouders. Het is belangrijk dat ouders in de opvoeding niet de diagnose centraal stellen. Het gaat er om te ontdekken wat het kind van hen vraag. Als iets in het kind hen bevreemdt of voor bijzondere vragen stelt, is het voor ouders de uitdaging om het kind te begrijpen en er op een passende manier op te reageren. Dat kan betekenen dat algemene opvoedingsprincipes aangescherpt of aangepast moeten worden.
Voor kinderen met een autismespectrumstoornis kan het bijvoorbeeld nodig zijn om extra duidelijkheid en structuur te bieden, omdat het kind anders te veel prikkels moet verwerken en daardoor van streek raakt.
Kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum hebben vaak extra of andere uitleg nodig. Veel kinderen hebben baat bij ondersteuning van taal door plaatjes of gebaren. Voor hen is het in het algemeen prettig als mensen niet te snel, eenvoudig en duidelijk met hen praten.
Net als ieder ander kind heeft een kind met een autismespectrumstoornis behoefte aan veiligheid en geborgenheid. Dat betekent dat ouders warmte bieden en daarbij geen warmte terug verlangen. Kinderen met autisme zijn niet ongevoelig voor sfeer en warmte. Voor hen is het prettig als opvoeders de tijd nemen en rustig blijven. Dat kan angst en conflicten voorkomen.
Bij de veiligheid en warmte hoort ook het waarderen van eigenheid. Dat betekent dat ouders hun kind niet overschatten, maar ook niet onderschatten. Mensen met autisme hebben hun eigen kracht en hun eigen gave. Ze zijn bijvoorbeeld oprecht en eerlijk. Ze kunnen verhalen vaak goed navertellen. In het algemeen houden ze van orde en netheid.
Als ouders extra investeren in deze drie aspecten van de opvoeding, kan dat de omgang met hun kind positief beïnvloeden.
Wat kan de omgeving doen?
De wereld voor iemand met een stoornis in het autismespectrum kan verwarrend en onduidelijk voorkomen. Iemand met een stoornis in het autismespectrum geeft ieder ding wat gehoord, gezien, geroken wordt opnieuw een plaats in zijn hoofd. Dit resulteert in korte tijd in een druk en vol hoofd, met vermoeidheid en de behoefte aan isolatie ten gevolg. Voor de mensen in de omgeving is het belangrijk om dit te weten en er rekening mee te houden. Om hierin tot steun te zijn, zijn de volgende aandachtspunten belangrijk:
- Wees duidelijk
Duidelijkheid betekent dat in een verhaal of vraag persoon, tijd en plaats helder zijn. Geef geen boodschappen met een dubbele betekenis. Mensen met autisme vinden het meestal moeilijk om beeldspraak te begrijpen. Wees ook duidelijk bij het plannen van activiteiten en maak heldere afspraken.
- Praat niet te snel
Mensen met autisme hebben er tijd voor nodig om dat wat gezegd wordt te verwerken.
- Vestig de aandacht op hoofdzaken
Mensen met een stoornis in het autismespectrum hebben vaak moeite met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Ze worden geholpen als hun gesprekspartner de aandacht richt op hoofdzaken.
- Neem geen dingen over
Er is een grote variatie in de mate waarin mensen met een stoornis in het autismespectrum een zelfstandig leven kunnen leiden. Bij mensen met PDD-NOS en het syndroom van Asperger lukt dat in het algemeen beter dan bij mensen met klassiek autisme. Het is belangrijk om erop te letten dat hen geen dingen onnodig uit handen worden genomen.
Tips voor mensen met een ass
- Maak een sterkte/zwakte analyse
Mensen met een autismespectrumstoornis kunnen op bepaalde terreinen opmerkelijk sterke kanten hebben. Het is belangrijk om deze sterke kanten helder te maken. Dit kan door een zogenoemde sterkte/zwakte analyse. Zo’n analyse laat zien waar zwakke punten liggen, maar geeft gelijk aan welke mogelijkheden er zijn en welke talenten iemand heeft
- Zorg voor structuur
Structuur is belangrijk voor mensen met autisme. Deze structuur kan iemand voor een deel ook zelf aanbrengen, eventueel met hulp van andere mensen.
- Informeer anderen
Een autismespectrumstoornis kan schaamte en een gevoel van minderwaardigheid veroorzaken. Dan wordt de stoornis meestal verzwegen. Dit is vaak niet verstandig. Als een aantal omstanders op de hoogte is en weet hoe zij met iemand met een autismespectrumstoornis kunnen omgaan, werkt dit vaak verdiepend en verrijkend in het contact.
Ass en de geloofsbeleving
Mensen met een stoornis in het autistisch spectrum denken vaak concreet en logisch. Ze willen ook het geloof vaak rationeel begrijpen en er als het ware grip op krijgen. Daarbij komt dat ze zich vaak moeilijk een voorstelling kunnen maken van abstracte begrippen als zonde en genade. Ook met beeldspraak kunnen ze moeite hebben.
Velen leren in de loop der jaren echter wel de betekenis van beeldspraak en bepaalde uitdrukkingen. Een volwassene met een stoornis in het autistisch spectrum vertelt: “Als Jezus zegt: ‘Ik ben de weg’, dan denk ik zeker niet dat Jezus als het ware asfalt betekent. Ik begrijp heel goed dat er dan bedoeld wordt dat Jezus degene is die je leven wilt leiden! Wel ben ik erg praktisch ingesteld en bespreek ik praktische zaken met God.” Een andere persoon geeft aan: “ Het is wel degelijk mogelijk om in God te geloven. Het geloof is namelijk juist heel concreet omdat Jezus ook op aarde heeft rondgestapt. En Hij was er niet alleen maar voor de geestelijken, maar juist voor de mensen die verloren dreigen te gaan. Mensen met autisme staan met twee benen in deze wereld. Niet-autisten leven meer op gevoel, en laten zich bijvoorbeeld bij een belangrijke beslissing leiden door hun gevoel, hoewel hun verstand iets anders ingeeft. Dit is mijns inziens ook de grootste kloof tussen autisten en niet-autisten.”
Uit onderzoek naar de geloofsbeleving bij jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum blijkt dat zij evengoed de aanwezigheid van God in hun leven ervaren als leeftijdsgenoten. Zij herkennen net als anderen in gebeurtenissen en omstandigheden de invloed en de boodschap van God. De stoornis in het autistisch spectrum lijkt geen belemmering te vormen voor de relatie met God. Hoewel de geloofsbeleving van jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum niet wezenlijk lijkt af te wijken met die van hun leeftijdsgenoten, is het opmerkelijk dat ouders van deze jongeren relatief veel vragen over de geloofsbeleving van hun kinderen hebben. Zij zijn van mening dat er wel grote verschillen zijn. Hier wordt nader onderzoek naar gedaan.
Behandeling/zorgaanbod Eleos
Er bestaan geen behandelingen waardoor een autismespectrumstoornis kan genezen. Er zijn wel behandelprogramma’s die het functioneren van mensen met een autismespectrumstoornis positief beïnvloeden. Toch blijven de meeste kinderen ook in hun latere leven de diagnose houden. Dat geldt zeker voor de kinderen met klassiek autisme. Bij anderen zie je iets vaker veranderingen ten goede. Dat geldt vooral voor kinderen met een normale intelligentie.
Medicijnen en voeding
Medicijnen kunnen helpen om bepaalde symptomen te bestrijden. Bijvoorbeeld vermindering van storend of druk gedrag, verbetering van de stemming of vermindering van angst. Er is echter geen medicijn dat helpt bij alle autismespectrumstoornissen. Ook is er weinig bewijs voor dat voedingsvoorschriften positief werken. Een glutenvrij dieet heeft mogelijk een positieve invloed op de communicatie, het leren en het sociaal contact.
Diagnostiek
Het stellen van een diagnose vraagt veel creativiteit en flexibiliteit van de hulpverlener. Het is belangrijk om te beseffen dat een diagnose geen etiket is dat mensen in een bepaald hokje plaatst. Een diagnose verklaart iemands gedrag en kan hemzelf en de omgeving helpen om beter met dat gedrag om te gaan. Het stellen van een diagnose is bedoeld om mensen beter te kunnen helpen en kan zorgen voor begrip en steun.
Belang van ondersteuning
Een stoornis in het autistisch spectrum kan zoals gezegd niet genezen. Met juiste hulp en begeleiding kunnen mensen de symptomen wel beperken. Goede ondersteuning van henzelf en hun omgeving in materiële (scholing, huisvesting enzovoort) en immateriële zin (meeleven, gebed, steun) helpt om de problemen hanteerbaar te maken en houden. Ondersteuning kan op een aantal terreinen plaatsvinden:
- Het overzichtelijk maken van dagelijkse activiteiten en deze afstemmen op de interesses van iemand met een stoornis in het autistisch spectrum. Planning, voorspelbaarheid en overzicht zijn belangrijk.
- Financiële ondersteuning, bijvoorbeeld door het aanvragen van een WAJONG-uitkering. Ook kan er ondersteuning nodig zijn in de werkomgeving.
- Sociaal netwerk. Soms is het nodig dat ouders, familie en vrienden bij de behandeling betrokken worden. Er zijn ook mogelijkheden voor hulp aan partners. Soms in de vorm van behandeling, soms in de vorm van een preventieve cursus. Deze hulp is dan voornamelijk gericht op psycho-educatie. Dat wil zeggen dat mensen uitleg krijgen over de stoornis, dat zij leren hun leven op dat van hun gezinslid met autisme af te stemmen, en dat ze advies krijgen voor de opvoeding van de kinderen en invulling van hun vrije tijd.
- Persoonlijke overlevingsencyclopedie. Omdat een stoornis in het autistisch spectrum bij ieder mens anders is, is het belangrijk dat iedereen zijn eigen sterke en zwakke punten leert ontdekken en hiermee rekening houdt in het dagelijkse leven.
- Wonen. Er zijn woonvormen waar de begeleiding en de inrichting specifiek gericht zijn op bewoners met een stoornis in het autistisch spectrum. Ook wordt ambulante woonbegeleiding geboden aan mensen die nog zelfstandig thuis wonen.
Eleos biedt verschillende behandelingen bij ass:
- Individuele behandeling
Deze behandeling is voornamelijk gericht op de problemen waar iemand met een autisme spectrum stoornis mee te maken krijgt. Het verkrijgen van structuur en zelfvertrouwen zijn hierbij belangrijke onderdelen. Medicatie kan overwogen worden voor bijkomende problemen zoals depressie of overmatige angst.
De partner en het gezin kunnen ook betrokken worden bij de behandeling. De nadruk ligt daarbij op het geven van psycho-educatie (voorlichting over de problematiek). De naastbetrokkenen krijgen meer inzicht in de problematiek, waardoor ze beter in staat zijn om te gaan met het gedrag van de persoon met een stoornis in het autistisch spectrum.
Lees verder over de autismegroep (partners van)
- Groepsbehandeling
Deze groepsbehandeling wordt binnen Eleos alleen in Dordrecht aangeboden. Tijdens de behandeling ligt de nadruk op het aanleren van een aantal sociale vaardigheden, het verwerven van inzicht in de problematiek en het hebben van contact met lotgenoten.
Lees verder over de autismegroep
- Echtpaarbehandeling 'samen speciaal'
Binnen een relatie kan er sprake zijn van specifieke problemen die het gevolg zijn van de stoornis bij een van de partners. Bekend is dat veel partners moeite hebben met het ontbreken van sociale wederkerigheid. Eleos biedt alleen in Dordrecht specifieke hulp aan echtparen die vastgelopen zijn op het terrein van de sociale wederkerigheid en het begrijpen van elkaar.
De nadruk binnen deze groepsbehandeling ligt in het leren begrijpen van elkaar en het krijgen van inzicht in de problematiek. Ook wordt er tijd besteed aan het leren omgaan met elkaar. Daarbij komen de volgende onderwerpen aan de orde: planning, het hanteren van communicatieregels (om verwijten naar elkaar zoveel mogelijk te vermijden) en het krijgen van inzicht in gezamenlijke problematiek.
Lees verder over de echtpaarbehandeling
- Preventieve cursus voor partners van mensen met autisme
In acht bijeenkomsten krijgen partners van mensen met een stoornis in het autistisch spectrum informatie over de stoornis, denken zij onder deskundige leiding na over de communicatie, de relatie met de partner, de taakverdeling en de opvoeding, de invloed op de geloofsbeleving en de mogelijkheden tot steun in de omgeving. De cursisten leren welke mogelijkheden zij zelf hebben om zichzelf (meer) in balans te voelen. Omdat de cursisten min of meer vergelijkbare ervaringen hebben is er vaak herkenning. Dat biedt de mogelijkheid om ervaringen en tips uit te wisselen.
- Woonvormen en dagactiviteitencentra
Verspreid over Nederland heeft Eleos diverse woonvormen en arbeidstrainingscentra. Woonvorm Toevlucht heeft in Wemeldinge een dependance speciaal voor jongeren (16 – 35 jaar) met een autisme spectrum stoornis. In arbeidstrainingscentrum Scheldestromen (Kapelle) is een speciale auti-ruimte, een prikkelarme ruimte waar deelnemers met een autisme spectrum stoornis rustig kunnen werken.
Verder lezen
- Attwood, T (2001). Het syndroom van Asperger. Een gids voor ouders en hulpverleners.
Een leesbaar en respectvol boek over het syndroom van Asperger. Het biedt een beschrijving en analyse van de kenmerken ervan. Tevens worden er praktische strategieën geboden om de effecten van de stoornis te beperken.
- De Bruin, C (2004). Geef me de 5. Een praktisch boek bij de opvoeding en de begeleiding van kinderen met autisme.
- Delfos, M.F (2001). Een vreemde wereld. Over autisme, het syndroom van Asperger en PDD-NOS. Voor ouders, partners, hulpverleners en de mensen zelf.
Een praktisch handboek met veel basale uitleg over de stoornissen in het autisme spectrum.
- Delfos, M.F. (2003) De wereld van Luuk. De wereld van Luuk is een therapeutisch verhaal voor kinderen met autisme in de leeftijd van 6 tot 10 jaar. Het kan ook als voorlichtingsboek gebruikt worden om kinderen duidelijk te maken wat autisme is en hoe je ermee om kunt gaan.
- Pieters, T (2004). Autisme van begrijpen naar begeleiden. De centrale stelling van dit boek is dat mensen met autisme geholpen kunnen worden als we hun problemen begrijpen. Zij hoeven zich niet aan te passen aan ons gedrag; wij moeten ons leren aanpassen.
- Vermeulen, P (1999). Brein bedriegt. Als autisme niet op autisme lijkt.
Over autisme en het verschil met het syndroom van Asperger. Vermeulen concludeert dat er geen fundamenteel verschil bestaat tussen beide.
- Vermeulen, P (1999). Dit is de titel. Over autistisch denken.
Over het denken van mensen met autisme. Vermeulen stelt dat mensen met autisme een ander soort intelligentie hebben, wat hen gehandicapt maakt. Hij beschrijft detail-denken bij mensen met autisme en legt uit dat, naar zijn mening, mensen met autisme daardoor niet kunnen voldoen aan de eisen van de maatschappij.
- Vermeulen, P (2000). Een gesloten boek. Autisme en emotie.
Op eenvoudige wijze wordt uitgelegd wat emoties voor mensen met een autistische stoornis betekenen. Tips over hoe om te gaan met emoties van autistische mensen.
Links