• Wie zijn wij
  • Uw rechten en plichten
kleiner groter print
 
  • Auteur van dit dossier: Drs. C. Roest, klinisch psycholoog en gedragstherapeut

Wat is een angststoornis?

Een angststoornis is, zoals de naam al zegt, een aandoening waarvan het hoofdkenmerk 'angst' is. Wanneer je hier last van hebt, zal je leven in hinderlijke mate draaien om angst. Er zijn situaties die de angst uitlokken of oproepen. Die zul je proberen te vermijden. Wanneer je toch met de angstwekkende situatie wordt geconfronteerd, heb je jezelf waarschijnlijk allerlei foefjes aangeleerd om de angst in de hand te houden. Deze slimmigheidjes kunnen echter op zichzelf ook weer problematisch worden. Wie bijvoorbeeld bang is om te trillen in het openbaar, zal sociale situaties het liefst uit de weg gaan. Wanneer hij toch in de situatie belandt zal hij zijn arm vasthouden om het trillen te camoufleren. De spanning waarmee dit gepaard gaat kan het probleem in stand houden.

Er zijn verschillende angststoornissen. Allemaal hebben ze angst als centrale kenmerk. Het gebeurt regelmatig dat mensen last hebben van meer dan één angststoornis. Het is goed om dan ook meerdere diagnoses te stellen, omdat de angststoornissen ook op allerlei punten van elkaar verschillen, ook qua behandeling.

Dwang
De dwangstoornis is ook een angststoornis. Angst is er de grote drijfveer van. Iemand controleert bijvoorbeeld uit angst voor brand, of wast zijn handen uit angst ziektes op zichzelf of anderen over te brengen. Omdat dwang zoveel verschillende gezichten heeft, is daarvoor een apart dossier gemaakt. In dit dossier over angststoornissen blijft dwang dus verder buiten beschouwing. Overigens is een deel van de informatie over angststoornissen hetzelfde als die over dwang. Dat heeft eenvoudig te maken met het genoemde feit dat de dwangstoornis tot de angststoornissen behoort.

Paniekstoornis
Een paniekstoornis heb je wanneer je op meestal onverwachte momenten wordt overvallen door een overweldigend gevoel van angst. Vaak gaat dat gepaard met allerlei lichamelijke symptomen, zoals hartkloppingen, duizeligheid, tintelende ledematen, wazig zien, misselijkheid enzovoorts. Daarbij hebben mensen dan vaak de angst flauw te vallen, de controle te verliezen, gek te worden of zelfs het leven te verliezen. De paniekstoornis kan gepaard gaan met het toenemend vermijden van allerlei situaties en heet dan: paniekstoornis met agorafobie. Wanneer van vermijding (nog) geen sprake is spreken we van een paniekstoornis zonder agorafobie.

Agorafobie
Een agorafobie heb je wanneer je allerlei situaties uit de weg gaat, vaak uit angst daar een paniekaanval te zullen krijgen. Vandaar dat een agorafobie vaak samengaat met een paniekstoornis.
Letterlijk betekent agorafobie pleinvrees of straatvrees. Toch is dat een misleidende benaming. Het gaat namelijk helemaal niet om een angst voor pleinen of straten. Het gaat om angst voor al die situaties waaruit je niet gemakkelijk of niet met goed fatsoen weg kunt, of waarin niet snel hulp voorhanden is. Je durft bijvoorbeeld wel in de consistorie een kerkdienst te volgen, of op de achterste bank, maar niet ergens middenin een bank of vooraan. Stel dat je een paniekaanval krijgt dan ben je bang een figuur te slaan door flauw te vallen of weg te moeten rennen. Op dezelfde manier is openbaar vervoer bedreigend: je kunt niet zomaar een trein of bus uit. Of de kapper: halverwege de stoel af kan niet met goed fatsoen.

Enkelvoudige fobie
Wanneer je hier last van hebt, ben je erg bang voor een bepaalde situatie, of een bepaald dier of voorwerp. Nu zijn veel mensen wel bang voor bepaalde zaken. Van een fobie spreek je eigenlijk pas wanneer het je dagelijkse leven sterk belemmert. Iemand die bang is om te vliegen heeft in die zin pas een fobie op het moment dat hij er niet meer omheen kan, bijvoorbeeld doordat een nieuwe baan van hem of haar verlangt dat er regelmatig met het vliegtuig gereisd wordt.
Confrontatie met de gevreesde situatie roept sterke angst op. Iemand met een stormfobie bijvoorbeeld kan zich normaal gesproken redelijk ontspannen voelen, is in het najaar verhoogd gespannen en zit wanneer er storm in de lucht zit tegen paniek aan.

Sociale fobie
Wanneer je een sociale fobie hebt, ben je erg angstig in sociale situaties. Dit kan er toe leiden dat je deze zoveel mogelijk uit de weg gaat. Vaak is er een sterke angst voor het mogelijke negatieve oordeel van anderen: wat zullen ze van me vinden? Trilfobie, bloosangst en zweetangst zijn specifieke vormen van sociale fobie. Bij bloosangst is bijvoorbeeld sprake van een sterke angst om te blozen, vaak vanuit het idee dat anderen dan zouden weten waar je op dat moment aan denkt (wat natuurlijk niet zo is), of vanuit de angst een watje gevonden te worden.

Posttraumatische stressstoornis
Wie een trauma heeft meegemaakt loopt een kans van minstens 25 procent om een PTSS te ontwikkelen. Waar gaat het om? Je hebt iets erg ingrijpends meegemaakt, vaak van levensbedreigende aard. Vervolgens merk je drie dingen op:

  • je hebt steeds last van herbelevingen; 
  • je doet van alles om deze dromen van of herinneringen aan het trauma te voorkomen; 
  • je bent voortdurend erg gespannen, waakzaam en prikkelbaar. Vaak slaap je ook slecht.

Dit patroon kan al aanwezig zijn wanneer je een enkele gebeurtenis hebt meegemaakt, bijvoorbeeld een verkrachting. We noemen dit type-I trauma.
Vaak ook gaat het om een reeks gebeurtenissen, denk aan incest. Dan hebben we het over type-II trauma of ook wel een complexe PTSS. Lees meer over PTSS. Complexe PTSS kan erg op de borderlinestoornis lijken en volgens sommigen is er een grote overlap tussen die twee. Lees meer over borderline. Hier gaan we vooral in op type-I trauma.

Gegeneraliseerde angststoornis
Een gegeneraliseerde angststoornis heb je wanneer je je voortdurend zorgen maakt om allerlei zaken. Je piekert je suf. Dat kan gaan om je financiële situatie, om de gezondheid van je ouders of kinderen, om je werk, om het onderhoud van je woning, om een ruzie in de familie enzovoorts. Net als de andere angststoornissen maakt dit gepieker vaak dat je je steeds somberder, gejaagder en rustelozer gaat voelen. Angststoornissen gaan nogal eens met een depressie gepaard. Veel mensen geven aan dat de angst er eerst was en pas daarna de depressie.

Hoe ontstaat een angststoornis?

Niemand weet precies hoe een angststoornis zich ontwikkelt, waarom de een er wel last van krijgt en de ander niet. De volgende zaken spelen daarbij in elk geval een rol.

Erfelijkheid en opvoeding
Erfelijkheid speelt een rol bij de meeste angststoornissen. In bepaalde families komen meer angststoornissen voor dan in andere. De precieze invloed daarvan is moeilijk na te gaan. Een angstige ouder kan een angstig kind krijgen door erfelijkheid, maar evengoed kan de opvoeding daar een rol in spelen. Een ouder met ziektevrees zal zo sterk op mogelijke ziekteverschijnselen gericht zijn, dat het kind leert om ook op elke pijn met angst te reageren: “Mama, het is toch niet iets ergs?”.

Temperament en levensgebeurtenissen
De een is gevoeliger dan de ander. Denk aan het begrip HSP, dat de laatste jaren volop in de belangstelling is. Een HSP (Highly Sensitive Person) is iemand die gevoeliger is voor indrukken van de buitenwereld dan gemiddeld. Wanneer je hooggevoelig bent, heb je een veel grotere kans om een angststoornis te ontwikkelen dan wanneer je dat niet bent. Naast dit hooggevoelig zijn is er vaak een ingrijpende gebeurtenis nodig om daadwerkelijk een angststoornis te krijgen. Wanneer je een paniekstoornis hebt is de kans groot dat je in de maanden daaraan voorafgaand hebt meegemaakt dat iemand met een hartinfarct naar het ziekenhuis moest, of daarover iets hebt gehoord. Ook is het zo dat wanneer je veel levensgebeurtenissen in korte tijd meemaakt (een nieuwe baan, een huwelijk, een verhuizing, overlijden van dierbaren) je algehele stressniveau behoorlijk is opgelopen. Dat is op zichzelf een voedingsbodem voor het ontstaan van angststoornissen.

Serotonine
Een belangrijke ontdekking is geweest dat antidepressieve medicijnen ook een gunstig effect kunnen hebben bij angststoornissen. Het lijkt erop dat hetzelfde mechanisme in de hersenen dat een rol speelt bij het ontstaan van depressie, ook een rol speelt bij het ontstaan van angst. Het gaat dan om de hoeveelheid serotonine die in de hersenen aanwezig is. Serotonine is een zogenaamde neurotransmitter. Dat is een stof die ervoor zorgt dat boodschappen in de hersenen van de ene zenuw naar de andere worden doorgegeven. Te veel of te weinig van die stof kan leiden tot verslechterd functioneren. Antidepressiva zorgen ervoor dat er weer een optimale hoeveelheid serotonine in de hersenen aanwezig is. De juiste dosering is daarbij belangrijk.

Hersengebieden
De zogenaamde amandelkern (amygdala) is betrokken bij het aanleren van angsten. Angstige ervaringen kunnen zeer langdurig een indruk achter laten in dit hersengebied, ook wanneer het gevaar al lang geweken is. Dat kan verklaren dat iemand bang blijft voor zaken, waarvan hij 'met zijn verstand' wel kan beredeneren dat de angst ongegrond is.

Risico-overschatting
Sommige mensen kunnen slecht inschatten hoe groot nu precies een bepaald risico is. De kans dat een willekeurig lift blijft hangen is erg klein. Een kans van 1 op 10.000 wordt door hen beleefd als een aanzienlijke kans. Zij zullen daarom de lift zoveel mogelijk vermijden, of als het niet anders kan er met veel angst gebruik van maken. De kans op een vliegtuigongeluk is kleiner dan de kans op een dodelijk auto-ongeluk. Toch durven nogal wat mensen niet te vliegen, terwijl ze wel in de auto stappen.

Klassieke conditionering
Angst is de spil waar het bij de angststoornis om draait. Nu is het heel normaal om angstig te zijn in een acuut levensbedreigende situatie. Wie in een oorlogsgebied door een mijnenveld moet lopen, zal daarbij de nodige angst ervaren. Soms raken tamelijk gewone situaties gekoppeld aan universele angstsituaties. Wanneer je als kind hebt meegemaakt dat het huis van je buren afbrandde, zul je soms levenslang bang zijn van alles wat maar aan brand doet denken (zoals bijvoorbeeld een gaslucht). En wanneer je ouders makkelijk in paniek raakten bij ziekteverschijnselen, zal je later makkelijk angstig raken bij alle symptomen die maar zouden kunnen wijzen op een ernstige ziekte.
Klassieke conditionering verklaart ook waarom mensen met een PTSS bang kunnen zijn voor dingen waar je eigenlijk niet bang voor hoeft te zijn. Zo was iemand die een bankoverval had meegemaakt plotseling bang voor alle mensen met bivakmutsen, omdat de overvaller zo’n muts had gedragen.

Operante conditionering
Bij angststoornissen, net als bij alle aandoeningen, is ook sprake van ziektegedrag. Denk aan het vermijden van allerlei situaties. Operante conditionering houdt in dat gedrag dat op de een of andere manier een positief gevolg voor je heeft, steeds vaker zal gaan voorkomen. Wanneer je sociaal fobisch bent en je besluit maar niet naar dat feestje te gaan merk je bij jezelf een stuk opluchting. Vermijden wordt dus beloond door opluchting. Daarmee is de kans groot dat je steeds vaker zult gaan vermijden. Het vervelende is, dat dit vaak gebeurt zonder dat je jezelf dat goed realiseert.

Behandeling van angtsstoornissen

Richtlijn
De richtlijn voor de behandeling van angststoornissen schrijft wat betreft de meeste angststoornissen het volgende voor. Wanneer er naast angst sprake is van ernstige depressiviteit dient te worden gestart met farmacotherapie (medicijnen). Wanneer er geen sprake is van ernstige depressie kan in overleg met de angstpatiënt gekozen worden voor farmacotherapie of gedragstherapie (met een lichte voorkeur voor de laatste). Wanneer de ene therapie onvoldoende resultaat heeft, wordt deze gecombineerd met de andere. In de richtlijn wordt geadviseerd bij gedragstherapie te starten met ‘exposure’ en ‘responspreventie’ en dat bij onvoldoende resultaat te combineren met cognitieve therapie. Let wel: voor een specifieke angststoornis kan de richtlijn soms iets anders voorschrijven. Wanneer er sprake is van PTSS is de behandeling van eerste keus bijvoorbeeld gedragstherapie, waarin iemand imaginair aan het trauma wordt blootgesteld, of EMDR.

Psychofarmaca
De meeste antidepressiva hebben een mogelijk gunstig effect op angststoornissen. Niet alle middelen zijn voor deze stoornissen ook geregistreerd. Dat gebeurt pas wanneer wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het betreffende geneesmiddel bij voldoende mensen met die bepaalde ziekte voldoende effect heeft.
Soms wordt ook angstdempende medicatie voorgeschreven, de zogenaamde tranquillizers, vaak benzodiazepines (denk aan oxazepam, diazepam, temazepam). Hoe verleidelijk ook, dit zijn meestal geen middelen voor langdurig gebruik, vanwege hun mogelijk verslavende werking. Iemand heeft dan steeds meer nodig om hetzelfde effect te bereiken. Er kan zich een zodanige verslaving ontwikkelen dat een opname nodig is om iemand van zo’n middel af te helpen.
Ga nooit zelf dokteren. Probeer ook niet door middel van herhalingsrecepten eenzelfde middel achter elkaar te gebruiken. Vraag advies aan de huisarts, of de behandelend psychiater. Lees verder de informatie over medicatiecontact

Gedragstherapie
Onderzoek naar de effectiviteit van verschillende therapieën bij angst, laat zien dat gedragstherapie over het algemeen het meeste resultaat heeft. Gedragstherapie omvat meestal een vorm van ‘exposure’ en ‘responspreventie’. Er wordt samen met de patiënt een programma opgesteld waarbij afspraken gemaakt worden over blootstelling aan datgene waar hij of zij bang voor is (exposure), zonder de gebruikelijke geruststellende handelingen te mogen uitvoeren (responspreventie).
Bij de paniekstoornis kan iemand bijvoorbeeld worden blootgesteld aan de gevreesde lichamelijke symptomen. Hij of zij leert dan de duizeligheid of het wazig zien zelf op te roepen en weer te verminderen. Geleidelijk verdwijnt dan de angst voor deze symptomen.
Iemand met agorafobie leert om de vermeden situaties weer op te zoeken. Vaak wordt dit op een geleidelijke manier gedaan. Wie niet meer naar de kerk durft, kan gaan oefenen in een lege kerk, vervolgens een niet zo druk bezochte dienst opzoeken, waarbij hij achteraan zit. Vervolgens wordt zo steeds een stapje verder gegaan, tot iemand weer in staat is datgene te doen wat hij of zij graag wil.

BELANGRIJK: veel mensen durven niet aan zo’n therapie te beginnen omdat ze bang zijn dat ze dingen moeten doen die ze niet durven. De therapeut dringt echter niets aan u op! U wordt zelf volledig bij het plan betrokken en u gaat alleen met iets oefenen wanneer u daarmee akkoord gaat.
Hebt u een sociale fobie dan zal gekeken worden hoe u zichzelf stap voor stap in sociale situaties kunt gaan begeven. Bent u bang om te blozen en zoekt u daarom altijd donkere plekken op, dan kan een opdracht zijn om juist in het licht te gaan zitten. Bent u bang te stotteren? Dan zal u misschien worden gevraagd dat expres te gaan doen. Lees verder over Gedragstherapie

Cognitieve therapie
Meestal is dit een onderdeel van gedragstherapie. In cognitieve therapie leert iemand zijn angstoproepende gedachten te herkennen en te veranderen, bijvoorbeeld de gedachte 'De hartkloppingen die ik voel duiden op een hartinfarct!' of 'De misselijkheid die ik voel betekent dat ik elk moment kan gaan overgeven'. Samen met de angstige persoon wordt nagegaan of deze gedachten wel kloppen. Zo kan iemand tot de ontdekking komen dat zijn gedachten niet reëel zijn: hij is al honderden keren misselijk geweest en heeft al die keren niet overgeven of is nooit flauwgevallen.
Ook de angst om fouten of blunders te maken kan zo worden aangepakt. Hoe erg is dat eigenlijk wanneer je een blunder maakt? In plaats van tegen jezelf te zeggen dat zoiets verschrikkelijk is en dat het betekent dat je een ‘loser’ bent, leer je tegen jezelf te zeggen dat het maken van een blunder vervelend is, maar geen ramp en dat het de beste kan overkomen.
Mensen met PTSS leren bijvoorbeeld kijken naar hun overgeneralisaties, bijvoorbeeld: alle mannen zijn gevaarlijk. Ze leren dat niet alle mannen zo zijn als die ene verkrachter. Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis leren bijvoorbeeld stilstaan bij hun opvatting dat ze over alles controle moeten hebben en dat het verschrikkelijk is om die absolute controle niet te hebben. Ze leren accepteren dat het leven onzekerheden met zich meebrengt en dat piekeren vaak niet helpt om al die gevreesde narigheid te voorkomen. lees verder bij Cognitieve gedragstherapie

EMDR
Bij PTSS is EMDR tegenwoordig een goede behandeling van eerste keus. Ook bij Eleos zijn steeds meer therapeuten in staat deze therapie te geven. Wie er meer over wil weten kan de website www.emdr.nl raadplegen. Door middel van snelle oogbewegingen of geluiden die afwisselend links en rechts in het oor klinken worden beide hersenhelften gestimuleerd. Onderwijl richt je je aandacht op het meest nare beeld uit de traumafilm in je herinnering. Daarbij zakt de spanning zienderogen af tot 0 of 1 op een tienpuntsschaal. Hier gebeurt niets alternatiefs of gevaarlijks, ook al is nog onduidelijk hoe het precies in de hersenen werkt (maar dat geldt voor de meeste behandelingen, zelfs voor medicatie). Lees verder bij EMDR

Wat kunt u zelf doen?

Informeer uzelf
Zorg dat u goed op de hoogte bent van wat uw angststoornis precies inhoudt. Lees erover. Zoek informatie op internet en/of in de bibliotheek. Ga er niet vanuit dat de behandelaar wel zal weten hoe het in elkaar zit en wat de beste therapie is. Wanneer u denkt last te hebben van een angststoornis, geef dat dan aan en vraag om gedragstherapeutische behandeling, of in geval van een PTSS: vraag om EMDR.

Verminder stress
Angststoornissen ontstaan en verergeren vaak onder invloed van stress. Het is daarom raadzaam te zorgen voor een goede balans tussen rust en activiteit. Neem niet teveel hooi op de vork. Stel grenzen. Zeg vaker “nee”. Wees niet te perfectionistisch. Zorg voor een goede planning.

Leer angst en spanning verdragen
Veel angstpatiënten hebben angst voor de angst. Ze zijn zo bang om iets van spanning of angst te ervaren, dat ze alles in het werk stellen om zich zo snel mogelijk weer rustig te voelen. Het is misschien wel de belangrijkste ontdekking in een therapie, wanneer iemand zich realiseert dat hij in staat is om angst en spanning gewoon te verdragen: je valt niet flauw en wordt er niet gek van.

Praat erover met anderen
Praten over uw probleem is vaak de eerste stap naar verandering!
Het is vaak een enorme opluchting wanneer mensen om u heen er vanaf weten. Zij kunnen dan zorgen voor de nodige steun, ook tijdens de behandeling. Blijf dus niet zitten in onnodig isolement. Realiseert u zich dat u niet alleen bent met uw angststoornis!

Angststoornis en uw geloofsleven

Angst hoeft niet zondig te zijn
Als christen heb je soms het idee dat je in alles perfect zou moeten zijn. Je moet van jezelf de meest aardige, vriendelijke en hulpvaardige persoon zijn. Je moet een perfecte beheersing hebben over je emoties en impulsen. Je mag nooit twijfelen, jaloers of boos zijn. Je mag van jezelf ook eigenlijk niet bang zijn. Je kunt angst dan al snel gaan zien als teken van ongeloof.
Daar zijn een paar dingen tegenin te brengen.

De Bijbel is vol emotie
Allereerst is de Bijbel vol emotie. Bijna op elke bladzijde komen we emoties tegen. In zeer sterke mate zien we dat in het boek der Psalmen. We lezen en zingen over angst, eenzaamheid, afgunst, boosheid, verdriet, hoop, vertwijfeling, moedeloosheid en onzekerheid. Deze emoties maken deel uit, zowel van het leven van de ongelovigen als van het leven van de gelovigen, David voorop, de man naar Gods hart! Een gelovige zal echter, anders dan een ongelovige, met zijn angst eerder toevlucht zoeken bij God: 'Mijn geroep uit angst en vrezen, klimt tot God, het Opperwezen'. Ook een gelovige zoekt deze hulp niet altijd. Denk aan Elia die moedeloos bij de pakken neerzit, of zich liever neerlegt in de woestijn. Ook dan wil God helpen!

Een angststoornis is een ziekte en geen zonde
Ten tweede is een angststoornis nog iets anders als gewone angst. Een angststoornis is een aandoening, een ziekte, met als belangrijkste symptoom angst. Net zomin als we griep zondig noemen, kunnen we een angststoornis zo noemen. Elke ziekte is uiteindelijk een gevolg van de zonde, maar we moeten erg voorzichtig zijn om het toe te schrijven aan persoonlijke zonde. Voor we het weten zijn we net als de discipelen, die bij het zien van de blindgeborene aan Jezus vroegen wie er nu eigenlijk gezondigd had, die zieke man, of zijn ouders. Jezus is er duidelijk over: 'Geen van beiden hebben gezondigd, maar dit is gebeurd opdat de werken van God in hem openbaar zouden worden!' (Joh. 9:2).

Bidden helpt
Wanneer je als christen een ingrijpende gebeurtenis hebt meegemaakt, heb je net zoveel kans als een niet-christen om een PTTS te ontwikkelen. Ook heb je net zoveel kans om een sociale fobie of paniekstoornis te krijgen. Ondertussen is het wel zo dat het geloof een steunende en helpende rol kan hebben. Als christen weet je dat je 24 uur per dag hulp, moed en kracht kunt vragen aan God. Ook wanneer het nog moeilijk is, mag je weten dat God erbij is! Hij hoort het gebed!

Tips voor naastbetrokkenen

Informeer uzelf
Goede informatie is belangrijk. Zo kunnen naastbetrokkenen beter leren begrijpen wat er aan de hand is met de ander.

Motiveer de ander tot (gedrags-)therapie
Wijs de ander op de mogelijkheid van gedragstherapie of steun de ander in zijn eigen initiatieven hiervoor. Vaak krijgt de ander opdrachten mee, die als doel hebben de angstige situaties op te zoeken. Vraag aan de ander hoe u hem of haar daarbij het best kan helpen. Moedig de ander aan en geef complimenten na elke stap die met succes genomen wordt.

Vraag uitleg en veroordeel niet
Het is soms moeilijk te begrijpen waarom de ander zo bang is voor een bepaalde situatie. We zijn geneigd die angst gewoon te zien als een vorm van 'er tegenop zien'. We zien allemaal wel eens ergens tegenop en proberen dan datgene toch te doen. Zo vinden we al snel dat de ander ook gewoon maar eens door moet zetten en 'zich niet zo moet aanstellen'. In geval van een angststoornis gaat het echter om buitensporig sterke angst. Daar stapt iemand niet zomaar even overheen. Het vermijdingsgedrag is dus beslist geen aanstellerij!

Help de ander, maar neem niet automatisch alles van hem of haar over
Het is verleidelijk om de ander te helpen door zoveel mogelijk uit handen te nemen. Durft iemand niet meer naar de winkel? Nou, dan doen wij dat toch even voor hem of haar? Durft iemand geen telefoongesprekken meer te voeren? Nou, dan nemen wij de telefoon toch op?
Op deze manier helpen we de ander met vermijden. Beter is het om in overleg met de ander zoveel mogelijk nog aan de ander over te laten. Help de ander om deze zelfredzaamheid steeds verder uit te breiden. Evenwel: doe dat in het tempo van de ander en niet in je eigen tempo!

Zorgaanbod Eleos

Ambulante zorg
Binnen de ambulante zorg werken verschillende gedragstherapeuten en behandelaars die gedragstherapie toe kunnen passen. Wanneer u denkt last te hebben van een angststoornis en daarvoor behandeld wilt worden, bespreek dit dan eerst met de huisarts en laat u door hem doorverwijzen naar de ambulante zorg.

Dagbehandeling
Wanneer ambulante behandeling niet toereikend is, kan er ook gedacht worden aan een meerdaagse groepsbehandeling. Soms zal het accent daarbij meer liggen op versterking van identiteit of vergroting van sociale en assertieve vaardigheden (waardoor iemand meer grip krijgt op zijn omstandigheden en daardoor minder angstig wordt). Soms ligt het accent op de angststoornis zelf, of een combinatie van deze twee.

Klinische behandeling
Er is binnen Eleos een schemagerichte klinische behandeling. Deze is gericht op het veranderen van zogenaamde schema’s of valkuilen. Soms vormen deze schema’s de voedingsbodem voor het ontstaan van angststoornissen. In dat geval kan zo’n diepgaande behandeling zinvol zijn. Denk aan het idee perfect te moeten zijn/aan hoge eisen te moeten voldoen. Zo’n schema gaat vaak gepaard met hevige faalangst en soms ook sociale angst.

Verder lezen

  • Antony, Martin & Randi McCabe (2005). Geen paniek! 10 manieren om paniekaanvallen aan te pakken. Thema. 
  • Hermans, H. (2002). Angstmanagementtraining; op eigen kracht je angst inperken. Lisse: Swets & Zeitlinger. 
  • Serie A-ggZ (Uitgever Bohn Stafleu Van Loghum), de volgende titels:
    • Leven met een paniekstoornis.
    • Leven met een trauma. 
    • Leven met een sociale fobie. 
    • Leven met een fobie.

Links

  • www.adfstichting.nl
    Dit is de site van de Stichting Angst, Dwang en Fobieen.
  • www.cvadf.nl
    De CVADF richt zich net als de stichting ADF op mensen met angststoornissen, maar heeft een christelijke signatuur. De CVADF biedt onder andere mogelijkheden om in contact te komen met andere (christelijke) patiënten met angststoornissen. Er wordt nauw samengewerkt met de NPV.
  • www.emdr.nl
    Een site met informatie over EMDR, een goede behandelvorm bij PTSS.
  • www.psychowijzer.nl
    Site van het Fonds Psychische Gezondheid met brochures over uiteenlopende psychische ziekten.
  • www.verlegenmensen.nl
    Een site van de Vereniging van Verlegen Mensen(VVVM)                        

 

Terug naar ziektebeelden overzicht

Woordenlijst
Veelgebruikte begrippen/afkortingen woordenlijst