Wat is een dwangstoornis?
Dwang is een stoornis die iemands leven zeer sterk kan beïnvloeden. Het kan vele uren van een dag in beslag nemen en het normale functioneren in werk, gezin en maatschappij ernstig belemmeren. Dwang is ook nog eens een verschijnsel dat vele gezichten kent. Bekende vormen zijn controledwang, smetvrees, wasdwang en het hebben van dwanggedachten.
Een dwangstoornis is een stoornis waarbij door dwanggedachten opgeroepen angst verminderd wordt met behulp van dwanghandelingen. Dit kost op den duur zoveel tijd en inspanning, dat het normale functioneren er ernstig door belemmerd kan raken.
De officiële naam voor een dwangstoornis is obsessieve compulsieve stoornis. Met 'obsessieve' worden de dwanggedachten bedoeld en met het 'compulsieve' de dwanghandelingen.
Wasdwang
Er zijn vele vormen van dwang. De belangrijkste zijn wasdwang en controledwang. Wasdwang gaat meestal gepaard met smetvrees. Iemand wordt bijvoorbeeld beheerst door de dwanggedachte mogelijk besmet te zijn met het HIV-virus, een denkbeeld dat veel angst oproept. Om aan dit besmettingsgevaar te ontsnappen wast iemand tientallen keren per dag grondig zijn handen, vooral na contact met alles wat van buiten komt.
Controledwang
Controledwang bestaat bijvoorbeeld uit de dwanggedachte het gas niet goed te hebben uitgedaan. Het idee dat er nu brand zou kunnen uitbreken roept zoveel angst op dat iemand tot dwanghandelingen overgaat, die in dit geval vaak zullen bestaan uit teruggaan en controleren of het gas echt uit is. In de loop van de tijd moet er steeds vaker en steeds grondiger worden gecontroleerd. Vroeg of laat ontstaan zo rituelen, die iemand nauwkeurig moet opvolgen wil hij of zij de angst binnen de perken houden.
Dwanggedachten
Een andere veelvoorkomende vorm van dwang betreft het hebben van steeds terugkerende ongewenste gedachten met vaak een agressieve, seksueel perverse of godslasterlijke inhoud. Deze dwanggedachten roepen veel angst op, vanwege de geloofwaardigheid die mensen er aan toekennen. Ook nu wordt de angst beheersbaar gemaakt door dwanghandelingen, met dit verschil dat de dwanghandelingen zich nu meestal in het hoofd afspelen. Vaak gaat het om neutraliserende gedachten. In reactie op de gedachte aan het verongelukken van je kind probeert iemand bijvoorbeeld zich zo duidelijk mogelijk voor te stellen hoe het kind nu veilig op school zit. Of in reactie op een vloekgedachte zegt iemand in zichzelf een tekst of Psalmvers op, of iets als 'Ik meen het niet'.
Dwangmatige impulsen
Een bekende vorm hiervan is de dwangmatige impuls om van een hoogte af te springen. Hoogtevrees kan hier zowel de oorzaak als het gevolg van zijn: wie bang is om aan deze impuls toe te geven, zal er alles aan doen om hoogtes te vermijden. Een minder bekende vorm is de dwangmatige impuls om zichzelf voor de trein te gooien. Deze dwang kan er toe leiden dat iemand niet meer op perrons durft te staan. Denk ook aan de impuls om in de kerk ineens te gaan schreeuwen, met als gevolg dat iemand zijn kaken bewust stevig op elkaar klemt om zichzelf zo onder controle te houden.
Hoe ontstaat een dwangstoornis?
Niemand weet precies hoe een dwangstoornis zich ontwikkelt, waarom de een er wel last van krijgt en de ander niet. De volgende zaken spelen daarbij in elk geval een rol.
Serotonine
Het is een belangrijke ontdekking geweest dat antidepressieve medicijnen ook een gunstig effect kunnen hebben bij dwangklachten. Het lijkt erop dat hetzelfde mechanisme dat in de hersenen een rol speelt bij het ontstaan van depressie, ook een rol speelt bij het ontstaan van dwang. Het gaat dan om de hoeveelheid serotonine die in de hersenen aanwezig is. Serotonine is een zogenaamde neurotransmitter. Dat is een stof die ervoor zorgt dat boodschappen in de hersenen van de ene zenuw naar de andere worden doorgegeven. Teveel of te weinig van die stof kan leiden tot verslechterd functioneren. Antidepressiva zorgen ervoor dat er weer een optimale hoeveelheid serotonine in de hersenen aanwezig is. De juiste dosering is daarbij belangrijk.
Streptokokken
Mensen die in hun jeugd een streptokokkeninfectie hebben doorgemaakt blijken als volwassene meer kans te hebben op het ontwikkelen van een dwangstoornis.
Hersengebieden
De hersenen vormen een zeer complex systeem waarbij alles met alles in verbinding lijkt te staan. Toch zijn er wel gebieden in de hersenen aan te wijzen die mogelijk een bijzondere betekenis hebben bij de ontwikkeling van dwang. De frontale cortex bijvoorbeeld helpt bij het efficiënt en volgens plan uitvoeren van allerlei handelingen. Een verstoring in dit gebied zou kunnen verklaren waarom mensen met dwang zoveel nutteloze handelingen verrichten en voortdurend met een kanon op een mug aan het schieten zijn. De zogenaamde amandelkern is betrokken bij het aanleren van angsten. Angstige ervaringen kunnen zeer langdurig een indruk achter laten in dit hersengebied, ook wanneer het gevaar al lang geweken is. Dat kan verklaren dat iemand bang blijft voor zaken, waarvan hij 'met zijn verstand' wel kan beredeneren dat de angst ongegrond is.
Zwart-witdenken
Wanneer iets voor iemand alleen maar goed of slecht, mooi of lelijk, vies of schoon is, kan dat voor dwangmatig gedrag zorgen. Zo iemand kan bijvoorbeeld niet leven met het idee dat zijn of haar huis hier of daar nog een beetje stoffig is en doorgaan met schoonmaken tot het huis honderd procent stofvrij is. Twee beetjes vies zijn voor zo iemand net zo vies als drie beetjes.
Risico-overschatting
Sommige mensen kunnen slecht inschatten hoe groot nu precies een bepaald risico is. De kans dat een willekeurige lift blijft hangen is erg klein. Een kans van 1 op 10.000 wordt door hen beleefd als een aanzienlijke kans. Zij zullen daarom de lift zoveel mogelijk vermijden, of als het niet anders kan er met veel angst gebruik van maken. De kans op een vliegtuigongeluk is kleiner dan de kans op een dodelijk auto-ongeluk. Toch durven nogal wat mensen niet te vliegen, terwijl ze wel in de auto stappen.
Controlebehoefte
Dwangpatiënten hebben vaak een sterke controlebehoefte. Een sterke controlebehoefte kan makkelijk leiden tot dwangmatig gedrag. Wie bijvoorbeeld niet kan leven met de onzekerheid mogelijk zonder het te weten een ernstige ziekte onder de leden te hebben, zal op allerlei manieren gaan controleren hoe het met zijn gezondheid gesteld is (door bijvoorbeeld artsenbezoek, zichzelf bevoelen en betasten, geruststelling vragen en het nauwkeurig volgen van dieetvoorschriften).
Klassieke conditionering
De dwangstoornis hoort tot de groep van angststoornissen. Angst is de spil waar het bij dwang om draait. Nu is het heel normaal om angstig te zijn in een acuut levensbedreigende situatie. Wie in een oorlogsgebied door een mijnenveld moet lopen, zal daarbij de nodige angst ervaren. Soms raken tamelijk gewone situaties gekoppeld aan universele angstsituaties. Wanneer je als kind hebt meegemaakt dat het huis van je buren afbrandde, zul je soms levenslang bang zijn van alles wat maar aan brand doet denken (zoals bijvoorbeeld een gaslucht). En wanneer je ouders makkelijk in paniek raakten bij ziekteverschijnselen, zal je later makkelijk angstig raken bij alle symptomen die maar zouden kunnen wijzen op een ernstige ziekte.
Operante conditionering
Dwanghandelingen ontstaan meestal door het geruststellend effect dat zij hebben. Wie meent besmet te zijn zal een natuurlijke neiging hebben zich te wassen. Dat kan zoveel opluchting geven dat het als het ware verslavend gaat werken: steeds vaker zal iemand bij spanning geneigd zijn tot wasgedrag over te gaan. Het nadeel is dat daarmee de dwangstoornis juist sterker wordt.
Behandeling van dwang
Richtlijn
De richtlijn voor de behandeling van angststoornissen schrijft wat betreft de dwangstoornis het volgende voor. Wanneer er naast dwangklachten sprake is van ernstige depressiviteit dient te worden gestart met farmacotherapie, dat wil zeggen behandeling met medicijnen. Wanneer er geen sprake is van ernstige depressie kan in overleg met de dwangpatiënt gekozen worden voor farmacotherapie of gedragstherapie (met een lichte voorkeur voor de laatste). Wanneer de ene therapie onvoldoende resultaat heeft, wordt hij gecombineerd met de andere. In de richtlijn wordt geadviseerd bij gedragstherapie te starten met exposure en responspreventie (zie kopje gedragstherapie) en dat bij onvoldoende resultaat te combineren met cognitieve therapie.
Psychofarmaca
De meeste antidepressiva hebben een mogelijk gunstig effect op dwangklachten. Niet alle middelen zijn voor deze stoornis ook geregistreerd. Dat gebeurt pas wanneer wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het betreffende geneesmiddel bij voldoende mensen met die bepaalde ziekte voldoende effect heeft.
Gedragstherapie
Onderzoek naar de effectiviteit van verschillende therapieën bij dwang laat zien dat gedragstherapie over het algemeen het meeste resultaat heeft. Wie last heeft van smetvrees en wasdwang zal meestal weinig baat hebben bij een inzichtgevende groepstherapie. Gedragstherapie biedt meer kans op succes.
Gedragstherapie omvat bij dwang meestal een vorm van exposure en responspreventie. Er wordt samen met de patiënt een programma opgesteld waarbij afspraken gemaakt worden over blootstelling aan datgene waar hij of zij bang voor is (exposure), zonder dwanghandelingen te mogen uitvoeren (responspreventie). Enkele voorbeelden van dergelijke opdrachten:
- Een roltrap gebruiken zonder daarna de handen te wassen.
- Pas gestreken was op de grond gooien en in de kast leggen zonder opnieuw te wassen.
- Dingen schots en scheef op het bureau leggen.
- Weggaan van huis en niet meer dan één te controleren of het gas wel uit is.
Cognitieve therapie
Meestal is dit een onderdeel van gedragstherapie. In cognitieve therapie leert iemand zijn angstoproepende gedachten te herkennen en te veranderen, bijvoorbeeld de gedachte 'Ik kan er niet tegen wanneer ik niet alles onder controle heb', of 'Het is verschrikkelijk wanneer ik een fout maak'.
Iemand leert hierbij kritische vragen te stellen: 'Klopt deze gedachte? Is deze gedachte waar? Helpt deze gedachte mij om minder gestresst te zijn?'.
Wat kun je zelf doen?
Informeer jezelf
Zorg dat je goed op de hoogte bent van wat een dwangstoornis precies inhoudt. Lees erover. Zoek informatie op internet en/of in de bibliotheek. Ga er niet vanuit dat de behandelaar wel zal weten hoe het in elkaar zit en wat de beste therapie is. Wanneer je denkt last te hebben van een dwangstoornis, geef dat dan aan en vraag om gedragstherapeutische behandeling.
Verminder stress
Dwangklachten ontstaan en verergeren vaak onder invloed van stress. Het is daarom raadzaam te zorgen voor een goede balans tussen rust en activiteit. Neem niet teveel hooi op de vork. Stel grenzen. Zeg vaker 'nee'. Wees niet te perfectionistisch. Zorg voor een goede planning.
Leer angst en spanning verdragen
Veel dwangpatiënten hebben angst voor de angst. Ze zijn zo bang om iets van spanning of angst te ervaren, dat ze alles in het werk stellen om zich zo snel mogelijk weer rustig te voelen. Vandaar de enorme aantrekkelijkheid van de dwanghandelingen. Die zorgen er immers voor dat de dwanger zich niet meer angstig voelt. Het is misschien wel de belangrijkste ontdekking in een therapie, wanneer iemand zich realiseert dat hij in staat is om angst en spanning gewoon te verdragen: je valt niet flauw en wordt er niet gek van.
Praat erover met anderen
Met name wanneer het dwanggedrag niet zichtbaar is voor anderen, kunnen dwangpatiënten lange tijd in stilte lijden. Ze worstelen dan bijvoorbeeld soms al jaren met vloekgedachten, zonder er ooit met een ander over te hebben gesproken. Het is vaak een enorme opluchting wanneer mensen om je heen er vanaf weten. Zij kunnen dan zorgen voor de nodige steun, ook tijdens de behandeling.
Dwang en je geloofsleven
Zonde of ziekte?
De dwangstoornis is een psychische aandoening. Wanneer iemand griep heeft noemen we dat geen zonde. Wanneer iemand een dwangstoornis heeft evenmin. Dat geldt ook voor de dwanggedachten, die soms een godslasterlijke inhoud hebben. Iemand kan dan makkelijk de gedachte krijgen dat hij de zonde tegen de Heilige Geest gedaan heeft. Daar is echter geen sprake van. Het beste bewijs daarvoor is misschien wel het feit dat mensen met dwanggedachten zo’n last hebben van hun kwaal. Zij zijn eerder overgevoelig dan verhard.
Dwangbidden
Dwangpatiënten ontwikkelen allerlei rituelen om zich minder angstig te voelen. Bij dwanggedachten kan het gebed hier makkelijk deel van uit gaan maken. In reactie op een agressieve dwanggedachte bidt iemand dan bijvoorbeeld honderd keer om vergeving of bewaring. Probeer dit dwangbidden te stoppen en terug te keren naar de vroegere gebedsgewoonten.
Vermijden van gebed, stille tijd en kerkgang
Wie tijdens het persoonlijk gebed of in de kerk last krijgt van vloekgedachten kan zo ver komen dat hij het bidden en andere religieuze handelingen gaat vermijden. Daarmee verdwijnt echter ook de bemoediging die hier van uit kan gaan. Probeer daarom de normale geloofsverrichtingen te blijven doen en leer de dwanggedachten verdragen: ze hebben niets te betekenen.
Tips voor naastbetrokkenen
Informeer jezelf
Goede informatie is belangrijk. Zo kunnen naastbetrokkenen beter leren begrijpen wat er aan de hand is met de dwangpatiënt.
Je ziet maar de helft
Realiseer je dat het zichtbare - en vaak vreemd of overdreven aandoende dwanggedrag - maar de helft is van de dwangstoornis. Van binnen spelen zich allerlei dwanggedachten af. Hier durft de dwangpatiënt vaak niet over te praten. Wanneer je deze gedachten zou kennen, zou het gedrag van de ander veel beter te begrijpen zijn.
Neem als voorbeeld iemand die dwangmatig alle bestek steeds opbergt achter slot en grendel en de sleutel op de hoogste richel legt en tien keer controleert of hij daar wel ligt. Wanneer je zou weten dat deze persoon dit doet omdat hij steeds de gedachte krijgt om een kind met een mes te steken en zo probeert te voorkomen dat hij dit echt doet, is zijn gedrag ineens veel beter te snappen.
Wees vriendelijk maar ga niet helpen
Het is erg verleidelijk om de ander te helpen met wassen en controleren. Op den duur leidt dit er echter meestal alleen maar toe dat het hele gezin meedoet in de dwang en niemand zich meer normaal durft te gedragen. Het lijkt of het hele gezin op eieren loopt. Daarmee steun je de dwangpatiënt wel, maar je helpt hem of haar niet: de dwang wordt er vaak alleen maar steeds erger van.
Motiveer de ander tot gedragstherapie
Wijs de ander op de mogelijkheid van gedragstherapie of steun de ander in zijn eigen initiatieven hiervoor. Vaak krijgt de ander opdrachten mee, die als doel hebben de angstige situaties op te zoeken en geen dwanghandelingen uit te voeren. Vraag aan de ander hoe je hem of haar daarbij het best kan helpen. Moedig de ander aan en geef complimenten na elke stap die met succes genomen wordt.
Zorgaanbod Eleos
Ambulante zorg
Binnen de ambulante zorg werken verschillende cognitieve gedragstherapeuten en behandelaars die gedragtherapie toe kunnen passen. Wanneer u denkt last te hebben van een dwangstoornis en daarvoor behandeld wilt worden, bespreek dit dan eerst met de huisarts en laat u door hem doorverwijzen naar de ambulante zorg.
Verder lezen
- Baer, L. (2001). Het duiveltje van de geest; een verkenning van het veelvoorkomende verschijnsel van dwangmatige kwade gedachten. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.
- Baer, L. (2000). Alles onder controle; over dwanggedachten en dwanghandelingen en het overwinnen van obsessieve-compulsieve stoornissen. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.
- Hermans, H. (2002). Angstmanagementtraining; op eigen kracht je angst inperken. Lisse: Swets & Zeitlinger.
- Kwee, M.G.T. & Waal, H. van der (1987). Het moet, moet, moet!; over normale en abnormale dwangverschijnselen. Meppel: Boom.
- Roest, Kees (2005).Wat dwang met je doet. Zoetermeer: Boekencentrum.
- Sterk, F. & Swaen S. (2001). Leven met een dwangstoornis. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
- Wisman, P. (1993). Dwang; over dwanghandelingen en gedachten. Wormer: Trendbook International BV.
Links
Informatie over de dwangstoornis op websites